Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men plaatst nu eerst alle emmers in de tafel, en haalt dan dë klap op, die tot dusver den toegang afsloot; waarop alle kalveren tegelijk hun voer krijgen en zelfs eenige bijvoedering mogelijk is.

Ook in de weide is een dergelijke constructie gemakkelijk te maken.

Vóór het kalf zoover is dat het zichzelf kan helpen, heeft het nog geruimen tijd goede verpleging van noode.

Een pasgeboren kalf heeft den eersten tijd nergens meer behoefte aan dan aan rust en warmte. Rust vindt het niet, wanneer het ergens op den mestgang achter het melkvee blijft liggen; wel loopt het daar kans op besmetting. (Men weet n.1. dat de lucht gemakkelijk ziektekiemen overbrengt). Beter zijn kleine boxen in aparte stalruimten (fig. 2a, 2b en 2c). Op de boerderijen van bekende fokkers althans mag men dergelijke inrichtingen verwachten; b.v. enkele boxen voor pasgeboren kalveren, met de op de teekening aangeduide maten. Voor iets oudere kalveren kan men de breedte verruimen en er twee kalveren in plaatsen, desnoods meerdere. De schuur kan verder gecompleteerd worden met eenige loopstallen als voor oudere kalveren aangegeven.

Al deze boxen worden door een omgaand muurtje van elkaar gescheiden, en kunnen desnoods door bedekking met stroo naar behoefte worden verwarmd.

Het drenken kan uit de goot gebeuren, die vóór langs elk hok loopt. De jongste kalveren, die toch meer toezicht behoeven, kan men verzorgen door den emmer in het hok te plaatsen.

De aparte • kalverstal kan ook direct in verband worden gebracht met de weide, een afgesloten boomgaard b.v. Ze kunnen dan in den stal worden gevoederd en desnoods bij guur weer ook den nacht in het hok doorbrengen.

8. Geitenstallen,

Zelden worden geiten bij ons te lande in groote kudden gehouden; evenmin worden groote kosten besteed voor huisvesting van „de koe van den arbeider". Toch is het van belang, om door het bouwen van een goeden stal de gezondheid van dit betrekkelijk waardevolle dier te bevorderen; juist omdat de eigenaars over het algemeen tot de minder kapitaalkrachtigen behooren.

Door haar opgewektheid is een goed verlichte stal voor de geit een hoofdvoorwaarde, waarbij de ventilatie tegelijk kan worden verzorgd en de temperatuur nader geregeld.

Van nature is de geit een zindelijk dier; door het maken van een waterdichten vloer met goeden afvoer van mest en geregelde reiniging van den stal wordt de gezondheid ten zeerste bevorderd, en het productievermogen opgevoerd.

Bij gebrek aan voldoende ruimte zal men de geit aan een vaste standplaats binden, maar toch een vrij groote vrijheid van beweging laten behouden. Een standbreedte van 0,80 tot 0,90 Meter is ruim voldoende, ook voor het melken. Wanneer de standlengte 0,95 Meter achter de ruif bedraagt, waarvan het voorste

Sluiten