Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hokken noodig waren, wilde men een konijn krijgen met een waardevollen pels. Enkele fokkers gingen daar al spoedig toe over en boekten daarbij een dubbele winst, omdat al spoedig bleek, dat die betere huisvesting ook een goeden invloed had op de algeheele ontwikkeling der konijnen, op het gewicht en de kwaliteit van het vleesch. Die ervaring bleek een krachtige propaganda te zijn voor verbetering der huisvestingen.

Er worden nu verschillende eischen gesteld aan buiten- en binnenhokken. Hier is volstaan met het weergeven van een eenvoudig buitenhok; ieder belangstellende kan aan de hand van deze afbeeldingen de eischen voor binnenhokken zelf formuleeren.

Fig. Sa laat zien, dat de afmetingen van de bodemoppervlakte 1,02 M. x 0,80 M. bedraagt, terwijl in het midden daarvan een gelegenheid is aangebracht om het hok door een uitneembaar schot in tweeën te splitsen.

Daardoor is het hok voor alle doeleinden te gebruiken.

In zijn volle grootte kan het dienst doen als werphok voor de groote rassen. Brengt men een tusschenschot aan, dan als dubbelhok voor de middenzware rassen.

Handhaven we de diepte en brengen we de breedte tot 0,80 M. terug, dan kan het weer dienst doen als werphok voor de middenzware en, meteen tusschenschot, als dubbelhok voor de kleine rassen.

De bodem is hellend en wel met een verloop van 4 % c.M. op 1 M.

Om een vasten bodem te verkrijgen, welke de urine, een der grootste vijanden van het konijn, gemakkelijk afvoert is de houten vloer met cement bestreken. Om dit laatste goed vast te houden, zijn er eerst dunne en afgeschuinde lades op den vloer gespijkerd.

De urine vloeit nu naar den achterkant weg en komt daar, zooals uit hg. 5b en 5a blijkt, in een 2 c.M. breed zinken gootje dat van een apart afvoerpijpje kan worden voorzien.

Fig. 5b laat de dwarsdoorsnede zien, terwijl fig. 5d op grooter schaal details geeft van de gootconstructie.

De voorzijde bestaat uit een raamwerk met gaas bespannen uit één stuk, welk in zijn geheel als deur dienst doet. Deze deur draait niet aan scharnieren, doch rust tusschen twee, op den bodem bevestigde latten.

De sluiting geschiedt door twee knippen of sloten. Het bezwaar dat verbonden is aan deuren welke op zijde open gaan is, dat men daarbij steeds moeite heeft om het uitvallen van de jongen te beletten. Bij dit systeem schuift men even de knippen weg of maakt de sloten open, haalt de deur aan het handvat naar voren en men heeft daarbij de jongen geheel in zijn macht.

In het midden van het voorstuk is een dubbele lat aangebracht, even dik als de andere latten van het raamwerk, terwijl het gaas tegen den binnenkant van het raam bevestigd is.

Wil men nu den stal als werphok gebruiken, dan wordt eerst nagegaan, waar de voedster haar gebruikelijke mestplaats heeft, een plaats welke ze steeds

Sluiten