Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beter is in dit opzicht het drenken per emmer, omdat men dan de hoeveelheden kan beperken. Maar dit systeem vereischt veel arbeid, terwijl het gevaar voor besmetting heel groot blijft.

Veel gemakkelijker is het om het water van uit koelbak of reservoir door een drinkgoot te leiden. Wel is gevaar voor besmetting geenszins uitgesloten, maar voor en na het drenken wordt de drinkgoot toch doorgeveegd en nageboend.

In paardestallen komt dit minder tot zijn recht wanneer de drinkgoot onder de kribbe ligt Niet alleen staat deze daar sterk aan beschadiging bloot, maar door de ongelegen plaats komt er niet veel van reinigen, en laat de kwaliteit van het water dikwijls veel te wenschen over.

Ook hierbij moet het vee in korten tijd veel koud water gebruiken. Zijn de rijen lang, dan loopt het water ongelijk en hebben de koeien aan het boveneinde genoeg, wanneer die aan het benedeneinde nog moeten beginnen. Dit kan evenwel gemakkelijk worden verholpen, wanneer b.v. in den beton-knieboom een buisleiding wordt aangebracht, die plaatselijk door zij-pijpjes het water aanvoert. De goot behoeft dan ook niet sterk te hellen om alle dieren voldoende te kunnen helpen.

Toch heeft ook dit systeem tegenstanders, die meenen dat het vee naar believen moet kunnen drinken, en dan water met een niet te lage temperatuur. Dit heeft aanleiding gegeven tot het inrichten van de selfreguleerende drinkwaterleiding, die als volgt is ingericht (Serie D, Plaat I, fig. la, lb en lc):

Van uit het hooggelegen groote reservoir {la stelt voor de gedeeltelijke plattegrond van een West-Noord-Brabantsche boerderij), dat minstens groot genoeg moet zijn voor de dagelijksche behoeften van veestapel en gezin, en afgesloten tegen vuil, loopt een buisleiding naar een kleiner reservoir, den z.g. vlotterbak, die gelijkvloers in den stal komt te staan en voorzien is van een afsluiter met vlotter of drijver, waardoor de waterspiegel steeds op dezelfde hoogte kan worden gehandhaafd. Dit kleine reservoir staat in verbinding met drinkbakjes, die voor een of twee koeien dienen, en in dit geval tusschen twee standen worden geplaatst.

Voor eiken stal, en stellig voor de paarden, omdat daar de bakjes hooger komen, dient een aparte vlotterbak.

De drinkbakjes zijn van beton, ruw of geëmailleerd ijzer, maar kunnen ook, evenals de geheele leiding, van geglazuurd aardewerk worden gemaakt. De deksels dienen om het grove vuil tegen te houden, en worden door het vee zelf opgelicht, na een of twee dagen oefening.

Voor geregelde toestrooming mogen de buizen niet te nauw zijn.

In een stal van 40 koeien moet de hoofdbuis minstens 6 c.M.; de hulpbuis 3 c.M. doorsnede hebben. Een aftapkraan aan het benedeneinde dient om de noodige doorspoeling mogelijk te maken. De koeien moeten gemakkelijk bij de bakjes kunnen, toch mogen deze niet in den weg staan. Men kan ze plaatsen aan de binnenzijde tegen den knieboom, of buiten tegen de stalpalen; maar ze moeten secuur worden bevestigd. In Friesche stallingen kan men ze ook aanbrengen tegen de afscheidingen, boven de voergoot. In paardenstallen overeenkomstig, maar dan iets lager dan de kribbe.

Sluiten