Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Metkafkoeling.

Dikwijls wordt de watervoorziening gecombineerd met de melkafkoeling. Het is van het hoogste belang voor de kwaliteit van de melk en van de zuivelproducten, dat bij het melken elke gevulde emmer onmiddellijk wordt geledigd in een melkbus, voorzien van een doeltreffende teems, die bij voorbaat wordt geplaatst buiten den stal, omdat de staldampen en het zwevende stof een nadeeligen invloed op de melk uitoefenen. Warme melk neemt ook gaarne een verkeerden smaak aan van sterke geuren, die in den stal mochten hangen.

Bederf wordt nu in hooge mate tegengegaan wanneer zoo spoedig mogelijk wordt afgekoeld tot beneden een temperatuur van 16° Celcius.

Raadzaam is het dan ook om een kleine ruimte af te scheiden, een zoogenaamd melkkamertje te bouwen, aan het eind van den mestgang gelegen, van een koelbak voorzien en van alle zijden gemakkelijk toegankelijk (fig. 2a).

Het mag evenwel geen doorloop vormen en moet goed kunnen worden geventileerd.

Soms zal voor de afkoeling gebruikt kunnen worden het ijskoude Nortonwater dat tot den rand van den koelbak stijgt. Desnoods plaats men den koelbak dan maar wat lager, om het voordeel van afkoelen met stroomend water te kunnen behouden. Meestal zal het noodig zijn om het water telkens te verwerken door het op te pompen; men moet dan zorg dragen (fig. 2b en 2c), dat het versche water van onder intreedt, om, na te zijn verwarmd en opgestegen, aan den bovenkant te worden afgevoerd.

Moet de koelbak leeg worden gemaakt, dan kan de afvoerbuis worden neergeslagen (fig. 2c). Het lauwe water kan dan naar buiten worden afgevoerd, maar ook gebruikt worden om er het vee mede te drenken (fig. 2a).

3. Mestbewaring.

Hoe beter de kwaliteit van de landerijen, hoe meer de mestbewaring dikwijls is verwaarloosd. Ook in de zandstreken, waar toch de behoefte het grootst was, liet door onkunde de mestbewaring veel te wenschen over. Hier was vroeger algemeen gebruikelijk om de mest in potstallen te bewaren, en door het vee te laten vasttrappen en bevochtigen. Groote hoeveelheden stroo en strooisel werden er in verwerkt, om den hoop zoo groot mogelijk te maken.

Door proefnemingen bleek evenwel dat de stikstofverbindingen een zoodanige omzetting ondergingen, onder invloed van de bacteriën die in den vasten mest voorkomen, dat zij voor de planten hun beteekenis voor het grootste gedeelte verloren; namelijk door de vorming van het moeielijk oplosbare bacteriëneiwit.

Voorts gingen nog hoeveelheden verloren door wegzakking in den doorlaatbaren bodem. Dit bezwaar nu kan worden ondervangen door het maken van een waterdichten vloer, die ook aanwezig moet zijn in eiken loopstal, waar toch de mest geruimen tijd zal blijven liggen (II, fig. 1).

Sluiten