Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK E.

Grootbedrijven.

1. Algemeen.

Betrekkelijk gesproken is het bouwen van een boerderij op een groot bedrijf gemakkelijker dan op een klein bedrijf.

De verschillende werkzaamheden loopen meer uiteen, en eischen afzonderlijke localiteiten. Apart personeel bedient den veestapel, dorscht het graan of verricht het buitenwerk.

De ruimten waarin het thuiswerk moet gebeuren, behoeven en kunnen niet angstvallig in eikaars nabijheid liggen. Gebouwenkapitaal, dat anders moet worden bespaard, kan hier rendabel blijken met het oog op arbeidsbesparing.

Ten slotte krijgt de architect hierbij een schoone gelegenheid om af te wijken van een bepaald gebouwen-type, en de voordeelen van uiteenloopende typen te combineeren.

Toch is de vrijheid niet zoo groot, of ter dege moet worden onderzocht welke eischen het bedrijf stelt. Het kan zelfs nuttig blijken, dat in plaats van een groot bedrijf met meer voordeel op verschillende plaatsen aparte kleinere bedrijven worden gebouwd. Elders verdient het aanbeveling een centraal gebouw te stichten. Een tusschenvorm is deze, waarbij op te zeer afgelegen stukken aparte hulpstallingen of dorschschuren worden gebouwd.

Over het algemeen hangen de eischen, welke aan de hoofdgebouwen moeten worden gesteld, nauw samen met den aard van het bedrijf, en ziet men de gebouwen bij elke bedrijfswijziging zich van lieverlede daarbij aanpassen. Waar nu de landbouwbedrijven zoo uiteenloopen, is het niet mogelijk om een standaardtype te ontwerpen, en ziet men hier lande dan ook de meest uiteenloopende vormen.

Aan enkele hoofdeischen moet intusschen worden voldaan: a. Met het oog op besparing van transportkosten en een gemakkelijk overzicht over het geheele bedrijf, moet het hoofdgebouw in het centrum van het bedrijf liggen, en moet in geaccidenteerd terrein worden overwogen of het geen aanbeveling verdient om de zwaar beladen oogstwagens, die naar huis rijden, eer te laten gaan in dalende dan wel in stijgende richting. Daarbij moet worden overdacht, dat mestwagens en transporten van stroo en gedorschte granen zich in omgekeerde richting bewegen.

Sluiten