Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B. Het Halle-type dat, van over onze Oostelijke grenzen komende, zich perfectionneert tot de Zuid-Hollandsche kaasboerderij.

C. Het Langgeveltype dat in Noord-Brabant algemeen is, en onmiddellijk aansluit bij de Kempensche boerderijen.

D. Het Romeinsche type wat de hoofdvorm is in Zuidelijk Limburg, en vermoedelijk zijn ontstaan te danken heeft aan gelijknamige tijdelijk overheerschende volksstammen.

Tusschen al deze typen in bestaan vele overgangsvormen, die zoowel wat de innerlijke als de uiterlijke vormen betreft, meervoudige invloeden hebben ondergaan. Een bespreking van de ontstaansoorzaken van alle typen zou verder voeren dan de bedoeling van dit werk is; hiervoor mag naar andere boeken worden verwezen, *) hoewel hierin het laatste woord nog lang niet gesproken is. Meer van direct nut is de behandeling van de verschillende vormen, van utiliteits-standpunt bezien; met aanduiding van de verbeteringen welke in den loop der tijden hierin zijn aangebracht, en zoo mogelijk van de landbouwkundige redenen welke hiertoe hebben geleid.

In hoofdzaak zal, terwille van een gemakkelijk overzicht, de hierboven vermelde indeeling worden gevolgd. Om een overmaat van teekeningen te vermijden zal evenwel met het weergeven der plattegronden worden volstaan, alleen ter verduidelijking hier en daar een dwarsdoorsnede worden gegeven en slechts een korte beschrijving worden toegevoegd. Elk behoorlijk vakman zal hieruit voldoende kunnen lezen, om zelf den opzet van een plan te voltooien. Tengevolge van de kleine schaal waarop de platte-gronden zijn weergegeven, zijn inschriften onmogelijk gebleken, en hebben deze voor nummers plaats moeten maken, waar in den tekst naar wordt verwezen.

2. Verschillende bedrijfsvormen.

«.Het Friesche type, en daarvan afgeleide vormèn.

In de provincie Groningen kent men in hoofdzaak twee boerderijenvormen, de Oldambter en de Hoogelander boerderij, waarvan, ten ruimste, genomen, het Damsterdiep ongeveer de grenslijn is.

Oorspronkelijk meer voor het weidbedrijf ingericht zijnde, heeft de akkerbouw veld gewonnen, en de paardenfokkerij een groote vlucht genomen. Als gevolg zijn dikwijls nevenruimten ontstaan, voor het stallen van paarden en het bergen van wagens, gereedschappen en werktuigen. Toch is het oude type van boerderij in gebruik gebleven, al zijn ook eenige details verbeterd.

*) O. a.: Lefrancq van Berkhey: Natuurlijke Historie van Holland ' 1769 . C. H. Peters : Overzicht over de Boerenplaatsenbouw in Nederland (1874). Prof. Gallee : Het boerenhuis in Nederland en zijn bewoners (1908). K. Uilkema : Het Friesche boerenhuis (1916).

Sluiten