Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de Oldambterboerderij zijn woonhuis en schuur door een brandmuur van elkaar gescheiden (serie F., Plaat I, fig. la). Voor den brandmuur bevinden zich de gezinsvertrekken als woonkamers (1) en slaapkamers (2), waaronder dikwijls een doorgaande keuken en waarboven een groote graanzolder. Daarachter liggen de dienstvertrekken, n. L de keuken (3), met meidenkamer (4), knechtenkamer (5), brandstofhok (6) en koetshuis (7). Alleen gedurende de laatste jaren hebben deze betrekkelijk bescheiden woningen in vele streken plaats moeten maken voor weelderig ingerichte landhuizen. Naast de vakken (9) voor het bergen van hooi en graan liggen aan de eene zijde de dorschvloer, aan de andere zijde de koestal (10), de varkensstal (11), de paardenstal (12) en de boxen (13).

De inrichting van de schuur is verder zeer eenvoudig, zooals de dwarsdoorsnede (fig, 16) met zijn weinig en dikwijls ongelijk hellend dakvlak, laat zien.

Op het Hoogeland kent men het zoogenaamde tweeling-schurenstelsel (zie fig. 2a), waarbij twee schuren naast elkaar zijn gelegen; en de scheidingswand die beide gemeen zouden hebben is weggelaten.

Beide hebben overeenkomstige gebintconstructies, en bezitten aparte gebinten, al zijn deze zelden even hóóg. Daartusschen in ligt de z. g. „krimp", de doorgaande inreed of dorschvloer, die meestal ongeveer 6 Meter breed is (fig. 26). 1 Beide helften zouden overigens voor Oldambter-boerderij kunnen dienen.

Het woonhuis is hier eenvoudig gedacht: de huiskamer (1) wordt geflankeerd , door kantoor (2) en slaapkamer (3). Achter de dwarsgang liggen de keuken (4) en de bijkeuken (5), welke laatste tevens voor karnhuis fungeert. De ruime brandstoffenbergplaats (6) is weer in de onmiddelijke nabijheid. Hierdoor betreedt men den dorschvloer (7), die het centrum van het bedrijf vormt. Van hieruit kan men [ alle ruimten gemakkelijk bereiken: n. 1. allereerst de vakken (8) waarin hooi en granen worden geborgen. Met behulp van de stoomdorschmachine kan op den dorschvloer de oogst worden afgedorschen. In de oudere bedrijven treft men op de dwarsvloeren (9) dikwijls nog den rosmolen, om in den loop van den winter geleidelijk te kunnen afdorschen. Vooral is dit van beteekenis voor gemengde bedrijven, waar men 's winters toch nog vrij veel personeel noodig heeft.

De dwarsvloer, die toegang verleent tot den koestal (10), kan overigens voor voedervloer worden gebruikt. In de onmiddellijke nabijheid ligt dan ook de bietenkelder.

Terwille van de paardenfokkerij dient de groote paardenstal (12) met een groot aantal boxen (13). Boven het koetshuis (14) ligt de graanzolder, waardoor de zolder boven het woonhuis met slaapvertrekken kan worden ingericht.

Achter in de schuur bevindt zich nog de jongveestal (15). Wagens en landbouwwerktuigen kunnen op den dorschvloer en in de leeggekomen vakken worden geborgen.

In verband met de richting die het Groninger landbouwbedrijf de laatste ^\ jaren inslaat, waarbij koeien zeldzamer worden, en de oogst zoo spoedig mogelijk

Sluiten