Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het laatste vak wordt ingenomen door den paardenstal (10) met boxen, waarboven een goede graanzolder kan worden gebouwd.

Meer dan tot dusver gebruikelijk, is hier op een goede bewaring van mest en gier acht gegeven.

Fig. 2a en 2b geven een z.g. stelphuizinge weer, een zuiver modern veebedrijf, wat de bescheiden behuizing van de paarden nader aantoont. Woonhuis, stalling en schuur bevinden zich geheel en al onder één kap. Uit den aard der zaak is het woonhuis dan bescheiden ingericht: behalve huiskamer en mooie kamer (1), een slaapkamer (2), treft men een kleine keuken (3), w.o. kelder en een nog kleinere m eikkamer.

Bijna tot den voorgevel loopt de op Zuid-Hollandsche wijze ingerichte koestal (5). Alleen de jongveestal (6) is nog Friesch, terwille van een gemakkelijke voedering door luiken vanaf den voedergang.

De stieren en zeer jonge kalveren worden in boxen (7) gestald.

De inreed (8) dient voor berging van wagens en gereedschappen; overigens voor het lossen van hooiwagens in de vakken (9).

De leege wagens verdwijnen door de kleinere op zij gelegen uitriddeuren. De paardenstal (10) vindt een plaatsje aan het uiteinde van den inreed.

De allernieuwste bedrijfsvorm, die reeds eenige stadia van ontwikkeling heeft doorloopen, wordt voorgesteld door fig. 3. De oude schuurvorm is gehandhaafd gebleven, maar alleen voor het bergen van hooi en het onderbrengen van betrekkelijk ondergeschikte stallingen. In verband met het fokken en verkoopen van waardevol stamboekvee heeft men n.1. de behoefte gevoeld om het melkvee apart te stallen.

Het woonhuis is hier, in verband met het winstgevend bedrijf, ook meer lucratief gedacht: behalve de kamers (1) en de slaapkamers (2), waarvan de kleinste voor kantoor kan dienen, vindt men hier de keuken (3) met waschhok of bijkeuken (4).

Bij den dubbelrijigen overwelfden koestal (5) ligt de melkkamer (6); T-vormig aansluitend bij den koestal is de stal voor jongvee gebouwd. Het lokaal voor voederbereiding (7) verschaft toegang naar alle ruimten; in de onmiddellijke nabijheid hiervan is de opslagplaats (8) voor krachtvoeder. Het jongvee wordt hiernaast gestald (9), terwijl voor fokstieren en fokkalveren aparte boxen (10) zijn gebouwd.

De rijtuigen en landbouwwerktuigen (11) worden naast de vakken (12) geborgen; karren enz. vinden een plaatsje op den doorreed (13). De ruimte voor kleinere gereedschappen (14) geeft verbinding met den paardenstal .(15). Pas geboren waardevolle kalveren worden in warme boxen (16) ondergebracht.

In eenigszins andere richting hebben zich de Drentsche boerderijen ontwikkeld. Sluiten die in het Noorden en het Westen zich aan bij de gemengde bedrijven van de zandstreken van Oostelijk Friesland, die wat ontwikkeling en

Sluiten