Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook voor kleinere bedrijven, zoowel in midden-Drente als in oostelijk Fries* land passen dergelijke kleine boerderijen; getuige het laatste plan (fig. 4). Het woonhuis is zeer bescheiden. Naast de ruime woonkeuken (1) ligt de kleine opkamer (2), w. o. de kelder. De waschplaats (3) geeft toegang tot koestal (4), met ruime bergplaats voor groenvoeder. Het voederen van de paarden (5) geschiedt vanaf den dorschvloer (6). Hooi kan boven de stallen, graan in het vak (7) worden geborgen.

Desnoods kan een kleinere graanzolder, met bergruimte voor voederartikelen enz. boven de paardenstal worden aangebracht.

De kleinere boerderijen in Noord-Holland, speciaal de kaasmakerijen boven het IJ, bestaan uit het z. g. „vierkant", het gebintenstel, dat de geheele kapconstructie draagt, en den hooioogst bergt. Daaromheen groepeeren zich het meestal zeer primitieve woonhuis aan de voorzijde, dorschvloer en koestal aan de beide zijkanten; terwijl de achterkant door een jongveestal kan worden ingenomen.

De zolders worden niet voor het bouwen van slaapvertrekken benut; dikwijls slaapt het geheele gezin in de beide woonvertrekken, die onmiddellijk aansluiten tegen den brandmuur, die het vak moet beschermen. In het vierkant, en van uit den stal toegankelijk, vindt men dikwijls nog bedsteden of kooien.

Het voorste gedeelte van den koestal dient vaak voor zomervertrek.

De nieuwe boerderijen (Plaat IV, fig. la en 16) zijn meestal wel geriefelijker, vooral wanneer een gemengd bedrijf meer ruimte vereischt. Toch blijft het woonhuis nog tot den beganen grond beperkt, en bestaat uit woonkamer (1), slaapkamer (2), logeerkamer (3) en keuken (4).

Een gang achter langs deze vertrekken levert de noodige beveiliging tegen brandgevaar en verschaft tegelijk een gemakkelijke verbinding tusschen alle ruimten onderling. De kaaskamer (5) w.o. de kelder is aangebracht, beslaat nu een gedeelte van den dorschvloer (6), waar de wagens en landbouwwerktuigen worden geborgen. Aan de kaaskamer sluit de koelkamer (7) aan, met de boenplaats (8) die in een aanbouw zijn ondergebracht. Daarnaast is de brongasinstallatie (9) geplaatst.

Door dezen aanbouw gaat het karakteristieke van den gesloten bouwvorm wel eenigermate verloren.

Naast de hooivakken (10) ligt de koestal (11), waar de oude Friesche veestand nog is toegepast. De paardenstal (12) bevindt zich onmiddellijk bij de wagenbergplaats.

"Fig. 2 stelt een boerderij voor, waarbij een grootere veestapel in meer moderne stallen is ondergebracht. In verband hiermede is ook de bergruimte voor hooi noodzakelijk grooter geworden.

Het woonhuis blijft nog bescheiden en bestaat uit woonkamer (1), logeerkamer (2) en keuken (3), allen voorzien van de nog inheemsche bedsteden.

Op den dorschvloer (4) bevindt zich de paardenstal (5), die zoo klein is,

Sluiten