Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

varkenshok (16) en de schuilplaats (17) voer jongvee, dat den geheelen winter op de vaalt blijft loopen, en hier gevoederd wordt.

In de zandstreken van Z.W. Noord-Brabant, waar zuinigheid bij den bouw een gebiedende eisch is, tracht men de voordeelen van de besproken vormen te combineeren; maar moet men in details bezuinigen en overigens letten op besparing van arbeidskrachten.

Plaat VII, fig. la en lb, laten een plan zien, dat beschouwd kan worden als te zijn afgeleid van de vorige. Ter wille van de kosten zijn woonhuis en schuur onder één dak gebouwd; het woonhuis bestaat slecht» :uit mooie kamer (1), woonvertrek (2), opkamer (3) w.o. kelder, met stookplaats (4). De waschplaats (5) is niet van de schuur gescheiden en van hieruit kan de veestapel (6) worden overzien. Het vee staat onder de hilde, en de middenvloer (7) (die overigens meer voorkomt o.a. op het eiland van Dordrecht) is er niet van gescheiden, hoewel dit met betrekkelijk geringe kosten mogelijk is. Dorschen en voeren kunnen nu als het ware tegelijk gebeuren; het licht hiervoor valt nu door de stalramen en eventueel door daklichten binnen.

Hooi kan boven de hilde, graan op de balken boven den vloer en in de vakken (.8) worden geborgen; het laatste vak is bovendien onderkelderd (9) voor het bergen van wortelen of voederbieten en voorzien van eenige hokken (10) voor het bergen van kaf, haksel enz.

Behalve de paardenstal (11), w.b. de graanzolder, en een box voor een een veulenpaard (12), zijn in de schuur nog eenige varkenshokken (13) gebouwd; welke in een bedrijf, waar de ondermelk dagelijks van de fabriek terugkomt, natuurlijk niet kunnen worden gemist. Een gierkelder (14) en een mestvaalt (15) zijn hier evenzeer noodzakelijk.

Geheel wijken enkele nieuw gebouwde boerderijen in den Haarlemmermeerpolder hiervan af (fig. 2a en 2b). Niet het woonhuis, dat door zijn indeeling in kamers (1), opkamer (2) w. o. kelder en keuken (3) eenvoudig genoeg is. Het verschil wordt geleverd door de schuurconstructie. De schuur is op zichzelf feitelijk af; maar door de hooge zijwanden is het mogelijk om aan weerszijden afdaken aan te brengen, die als stallingen worden gebruikt. Aan de eene zijne n. I. de koestal (5) met aansluitend werkhuis (4); daartegenover de paardenstal (9) met koetshuis (10).

De paarden worden gevoederd vanaf den langsvloer (8); voor de koeien wordt het krachtvoeder op den voedervloer (7) klaar gemaakt. De vakken (6) kunnen nu ten volle voor graanberging worden benut; alleen het eerste of het laatste kunnen dienen voor remise voor landbouwwerktuigen w. b. de graanzolder. Jongveestallen, varkensstallen en karloods worden bij elkaar in een bijschuur ondergebracht

Het voordeel van dezen bouw is de afzondering van alle stallen; terwijl de

Sluiten