Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de laatste jaren zijn evenwel ook de oudere gebouwen bijna alle van een binnenmuur voorzien, die woon- en stalruimten van elkaar scheidt; hoewel de directe verbinding gehandhaafd blijft.

De indeeling van het woonhuis bij de nieuwe boerderijen blijft evenwel ook op die van het losse huis gelijken (zie hg. 2a en 2b); immers de woonkeuken (1) blijft in het midden, geflankeerd door een slaapkamer (2) en een opkamer (2) w. o. kelder. Soms bevindt het waschhok (4), tevens melkkamer, zich vóór den binnenmuur; in grootere bedrijven, waar de behoefte aan ruimte ook merkbaar wordt, wordt daarvoor een gedeelte van den veestand ingeruimd. De slaapplaatsen voor het personeel, eertijds op de hilde, komen nu meer en meer boven de woonvertrekken.

De deel (5), die vroeger 6 a 7 Meter breed was, wordt nu smaller genomen, omdat het dorschen naar een aparte dorschschuur wordt verbannen, en alleen hooi boven de balken wordt geborgen; hierdoor wordt de behoefte aan groote bergruimte en een breeder deel natuurlijk minder.

Wel blijven voor kleinere bedrijven de koestal (6), de varkenshokken (7) en de paardenstal (8) nog bij elkaar; terwille van een gemakkelijke voedering. De inrichting van de stallen wordt beter; de grupstal wint veld, en gierkelders en mestvaalten doen hun intrede.

De botermakerij verdwijnt van het waschhok naar de coöperatieve zuivelfabriek, en de veehouderij is de laatste jaren zeer toegenomen door de hooge melkopbrengsten. In verband hiermede heeft zich ook de varkenshouderij uitgebreid, en is de behoefte ontstaan om de varkens in een aparte schuur te stallen. Die kan den vorm aannemen van een aangebouwde bijschuur, waarbij ter besparing van de werkzaamheden in de gemengde bedrijven de stallen zooveel mogelijk om de ingebouwde mestvaalt, tevens loopstal, zijn gegroepeerd (zie fig. 3).

Het woonhuis blijft hier meer overeenkomstig de vroegere, alleen wat royaler ingedeeld in woonkeuken (1), wintervertrek (2), mooie kamer (3), opkamer (4) w. o. kelder en slaapkamer (5).

De melkkamer (6) en de meidenkamer (7) grenzen aan den stal. Aan weerszijden van den deel (8) liggen de kalverstal (9), de paardenstal (10) met tuigberging (11) en de koestal (12).

In de bijschuur treft men naast de stookplaats (13) den loopstal (14) voor jongvee, dat op de mestvaalt (15) kan rondspringen. Hier sluiten ook de varkensstallen (16) bij aan.

Wordt het overdekken van den mestvaalt van minder belang geacht, en wil men het graan bergen en dorschen in de bijschuur, dan kan de mestvaalt daartusschen liggen, en de stoókplaats de gewenschte verbinding tusschen beide schuren tot stand brengen. Behoudt de veeschuur zijn oorspronkelijken vorm, de dorschschuur kan terwille van de meerdere bergruimte en het geringere ruimte-

Sluiten