Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verlies door den dorschvloer den Frieschen vorm aannemen, wat uit plattegrond en doorsnede van fig. 4 duidelijk tot uiting komt.

Hierbij is ook het woonhuis gemoderniseerd : aan weerszijden van de gang liggen de kamer (1), de woonkeuken (2), de wasch- en melkkamer (3) en de slaapkamer (4), w. o. eventueel de kelder; daarachter de knechtskamer (5). Aan weerszijden van den deel (6) de koestal (7), de paardenstal (8) en de jongveestal (9). De standplaats (10) is overdekt, en sluit mede de mestvaalt (11) af. De varkensstallen (12) zijn van de vakken gescheiden. Het eerste vak (13) dient voor voederplaats, w. b. de graanzolder; onder in het tweede is een kelder (14) gemetseld voor het bewaren van mangels, het derde (15) dient in zijn geheel voor het bergen van granen, het vierde kan beneden voor kalverstal (16) worden gebruikt. De dorschvloer (17) kan ook dienen voor het bergen van wagens.

Ook kunnen de schuren worden omgewisseld, wanneer men in de veestallen gaat breken met het systeem van hooibewaring boven de gebinten. De breedte van den koestal wordt aanzienlijk beperkt, wanneer het hooi in een aparten berg wordt geborgen (zie fig. 5); tegelijk het stuiven in den stal; en het schimmelen van het hooi onder invloed van de staldampen tegengegaan.

De uitwendige vorm van het geheel blijft evenwel bewaard, evenals de inrichting van het woonvertrek; dit laatste bestaat weer uit woonkeuken (1), kamer (2), slaapkamer (3) w. o. kelder; verder een bergplaats (5) met lokaal voor voederbewaring en -bereiding (6). Hierbij sluiten de varkensstallen (7) aan, die van de hooivakken (8) door een dichten wand zijn afgesloten. Door den paardenstal bereiken we den deel (10), waarnaast de dubbelrijige koestal (11) is gelegen.

De mestvaalt (12) w. o. gierkelder en de hooi- of graanberg (13) zijn hiervan alle kanten gemakkelijk bereikbaar.

Hoewel in Overijsel, Gelderland en Utrecht de ontwikkeling van de bedrijfsgebouwen steeds voortgaat, moet toch erkend dat op de ontginningen die het eigendom zijn van Twentsche groot-industrieelen, de meest verrassende varianten voorkomen en men daar met het grootste succes de oudere vormen wijzigt.

Plaat X geeft hiervan nog een drietal voorbeelden.

Fig. 1 is het plan van een Twentsche kaasboerderij, op Zuid-Hollandsche leest geschoeid, maar haar ontstaan zal geen verwondering wekken voor wie Plaat IX nauwlettend bestudeerde. Nu is ook het woonhuis in de wijziging betrokken en bestaat het slechts uit woonkamer (1), mooie kamer (2), werkplaats (3), tevens kaasmakerij, en opkamer (4) w.o. kelder; op den zolder bevinden zich verdere slaapvertrekken. De koestal (5) is van lage zijmuren voorzien; een doorgaande zolder ontbreekt en wordt door een hooggelegen plafond vervangen. Al het hooi wordt in den hooiberg (6) geborgen. In de bijschuur bevinden zich het wagenhuis (7), de paardenstal (8) en de potstal voor jongvee (9) aan de eene zijde

Sluiten