Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Achter den koestal (6) ligt de mestvaalt (7), waaraan de kalverstal (8) en de paardenstal (9) grenzen; hiertegenover de varkensstallen (10). Het hooi wordt boven den koestal, het graan boven den mestvaalt en op de balken boven den dorschvloer (11) geborgen. Een afdak (12) naast de varkensstallen dient voor wagenremise. De rosmolen (13) ligt natuurlijk in de nabijheid van den dorschvloer.

Voor grootere bedrijven is de bergruimte te klein en is het noodzakelijk om aan de boerderij nog eenige gebinten toe te voegen (zie lig. 3). Achter de mestvaalt en de varkensstallen (8) grenst hier ook de dorschvloer (9), met eenige bergvakken (11). De dorschvloer kan ook met het eerste vak worden omgewisseld

De bergruimte op zolder (zie de dwarsdoorsnede) is toegankelijk met behulp van een of meer topgevels.

Wil men het bergen en dorschen van het graan geheel naar de bijschuur verplaatsen, dan geeft fig. 4 een voorbeeld van zuinige en practische uitvoering van een dergelijke dorschschuur, die tevens ingericht is voor stalling van jong vee (4) en varkens (3).

Alles wordt van de zolders afgeworpen op den deel (1), en onmiddellijk hiernaast vindt men de paardenstallingen (2 en 3) en den jongveestal, zoodat het voederen al zeer weinig moeite veroorzaakt.

Een dergelijke bijschuur kan overal nuttige diensten bewijzen, vooral omdat één enkele dwarsrij meestal hoogstens acht stuks melkvee kan bevatten en de boerderij anders te lang zou worden.

In de Baronie van Breda komt het bouwen van aparte dorschschuren al heel vaak voor. Fig. 5 geeft een klein bedrijf weer, waar dit principieel is doorgevoerd.

Het woonhuis is, wat indeeling betreft, niet typisch Noord-Brabantsch meer en bestaat uit: woonkeuken (1), kamer (2), bijkeuken (3), slaapkamer (4) en melkkamer (5), die nog op veel te veel boerderijen-wordt gemist. Waar de melk als regel ook 's zomers maar eens per dag, en wel 's morgens, naar de fabriek wordt vervoerd, bestaat wel degelijk behoefte aan goede afkoeling.

Al het vee, de melkkoeien (6), het jongvee (7) en de varkens (8) zijn bij elkaar gestald; de gierkelder (9) ligt daarom in het centrum.

Op de ruime binnenplaats is plaats genoeg voor den rosmolen (10), die de dorschmachine op den deel (11) van de dorschschuur drijft. Van de vakken (12) is het laatste ingericht voor paardenstal (13) en wagenremise (14), waarboven de graanzolder.

Werktuigen en gereedschappen kunnen overigens, behalve onder het afdak (15) ook op den deel worden geplaatst.

Meer naar het Westen wijzigt zich de vorm van boerderij niet sterk meer.

Sluiten