Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

raden het oog open te houden, de volle wapenrusting onzer eigen beginselen om te gespen, en op onzen post te staan, 't geweer bij den voet.

*

Wat zijn dan nu, om hiermede te beginnen, de revolutionaire beginselen, die voortdurend ons vaderland met een nieuwe omwenteling blijven bedreigen ? Wij willen het ons ditmaal eens laten zeggen door den profeet Ezechiël, — de geheele sociaal-democratteche politiek met de vak-actie komt dan opeens in 't felle licht van Gods Woord te staan. Ezechiël handelt in het dertiende hoofdstuk van zijn boek over de zoogenaamde valsche profeten: hun invloed strekte zich veel verder dan over het terrein der religie uit; zij verkondigden beginselen, waardoor staat en maatschappij aan ernstige gevaren werden blootgesteld, en waartegen ieder die God vreesde, zich dus met hand en tand moest verzetten.

Hoe teekent hij de valsche profeten ?

Een waar profeet is iemand, die aan het volk overbrengt wat God hem eerst geopenbaard heeft, niets meer en niets minder. Het maakt daarbij natuurlijk geen verschil, of men die openbaring rechtstreeks uit den hemel ontving, zooals in den tijd van Ezechiël, dan wel of wij haar putten uit het Woord Gods, zooals dit onder ons geschiedt; want ónze leidslieden profeteeren, als zij hun beginselen verspreiden, altoos weêr van 't heilig blad. De valsche profeet staat hier vlak tegenover. Ezechiël zegt, hij profeteert niet uit God, niet van 't heilig blad, maar „uit zijn hart". De bron zijner wijsheid ligt in zijn eigen verduisterde rede. Het staat er zoo prachtig: de valsche profeten wandelen hun eigen geest na. Al hun plannen, al hun voorstellingen zijn vondsten van hun eigen geest, en die loopen zij dan achterna om er zich den weg door te laten wijzen. Dat gaat dan een tijdlang goed. Maar ten slotte blijkt het toch wel, dat wat een mensen uit zijn eigen binnenste voortbrengt, in den grond leugen en ijdelheid is. De valsche profeten zijn dus als leidslieden niet

Sluiten