Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te vertrouwen. Zij prediken niet de onveranderlijke waarheid Gods, die eeuwig dezelfde is, maar menschelijke meeningen, die met den dag wisselen en geen duurzaamheid hebben. Zeg nu niet, dat dit niet zoo erg is. Wanneer de Goddelijke beginselen op zij geworpen worden, 't zij in de politiek, 't zij in de economie, 't zij in de vakbeweging; wanneer zij plaats moeten maken voor menschelijke uitdenksels, die geen vastheid hebben; wanneer zij toegepast worden op het praktische leven, — dan zijn de heillooze gevolgen van zulk een actie niet te overzien. Luister nog eens naar Ezechiël. Uwe profeten, o Israël, zegt hij, zijn als vossen in de woeste plaatsen. Deze naam van vossen is geen scheldwoord. Hij wil niet zeggen, dat alle valsche profeten slim en sluw als de vossen zijn, en wij zouden dit ook niet gaarne van de sociaal-democratische profeten zeggen; er zijn bekwame en achtenswaardige menschen onder; en bovendien, schimpen op den tegenstander is den Christen ten allen tijde ongeoorloofd, hij heeft zich stiptelijk van honende woorden te onthouden. Ezechiël bedoelt er iets anders mede. De vossen zijn in de wereld der dieren de wroeters en gravers. Zij hebben scherpe klauwen. Met die klauwen hollen zij den vasten bodem uit, maar dan zóó, dat het van buiten niet dadelflk te zien is. Wat de sappeurs in ons leger zijn, zijn de vossen in het veld. Een heel net van onderaardscbe loopgraven leggen zij aan. Gangen en zijgangen naar alle kanten. Dat is nu alles wel kunstig werk, maar ondertusschen, — de vaste grond wordt er dan toch door ondermijnd. Als dit wroeten en ondergraven rusteloos doorgaat, móet alles, wat op dien bodem gebouwd is, vroeg of laat ineenstorten, en er blijft niets anders over dan een algeheele verwoesting. Zulk vossen-werk deden de valsche profeten. Inplaats van opbouwenden arbeid te verrichten, ondermijnden zij door hun valsche beginselen den bodem van het nationale leven. Het nationale huis toonde reeds scheuren en bressen. De muren stonden reeds te waggelen. En hield

Sluiten