Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kort en goed in twee deelen in: kapitalisten en proletariërs. Wat er tusschen ligt, telt niet mee. De geheele wereld is een schaakbord: de kapitalisten zijn natuurlijk de zwarte stukken, en de proletariërs met hun blanke ziel zijn de witte stukken. Nu is 't een strijd op leven en dood tusschen die beide legers met veel pionnen en enkele raadsheeren. 't Gaat hard tegen hard. De kapitalisten hebben goud. Maar de proletariërs hebben vuisten. Van ééndrachtig samenwerken tot heil der menschheid en eer van God, is geen sprake. Zelfs in de woordenkeus komt de vijandschap uit: geldwolven, bloedzuigers, uitbuiters, 'tzijn woorden die in haat gedoopt zijn; een Christen zou ze niet graag op de lippen nemen; óók hier geldt het gevleugelde woord, dat de spraak iemand openbaar maakt.

Voelt gij nu wel waar dit heengaat, mijne hoorders? Gij hebt uit uw Bijbel geleerd, dat de geheele wet Gods aan twee geboden hangt, zooals een deur aan de beide scharnieren hangt: gij zult uw God liefhebben boven alles en allen, maar dan ook den naaste als uzelf. Dat is één der grondslagen, die even onveranderlijk is als de steenen tafelen, waarop dit gebod geschreven is. De naastenliefde is bestemd om de tegenstelling tusschen rijk en arm, patroon en knecht te verzachten. De standen moeten naar de Schrift blijven bestaan: rijken en armen, de Heere heeft ze beiden gemaakt, niet om elkaar te bestrijden, doch om elkaar eendrachtig te ontmoeten, en de liefde is daar om te zorgen dat de standen geen afstanden worden. En zie nu het socialisme : voor de liefde predikt het den haat, voor samenwerking den klassenstrijd, met het uitgesproken doel er de ééne klasse onder te krijgen, de gansche menschheid te nivelleeren en er een geschoren heg van te maken. Wat is dat nu anders, dan een ondermijnen van de door God zelf gegeven orde des levens? Hier merkt gij alweder het wroeten en graven van den scherpen klauw, en gij zijt wel verplicht aan dit drijven den naam te geven van vossen-werk.

Hoe staat het in socialistische kringen ten slotte met de vreeze des Heeren ? God lief te hebben boven alles en allen, — dït is voor ons dan toch een levenswaarheid, die de onmis-

Sluiten