Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING

Terwijl na de verovering van Den Briel door de Watergeuzen alle Hollandsche steden zich voor den Prins verklaarden, bleef Amsterdam aan de zaak van den Spaanschen koning getrouw. Deze houding, die de positie van het geheele opgestane gewest onzeker maakte, was niet te wijten aan de burgerij of aan de geestelijkheid, daar beide groepen allen politieken invloed misten. Het vasthouden aan 'sKonings bewind was eene zuivere regeeringszaak. De toenmalige magistraten, die steeds den steun' van den Koning genoten hadden en daarenboven goed Katholiek waren, voelden geene neiging zich bij den opstand aan te sluiten. Indien zij zich voor den Prins verklaarden, zouden bovendien ook in Amsterdam, evenals elders, de ballingen terugkeeren, en wie kon van hen verwachten, dat zij hunne eigene positie zouden ondermijnen?

In den loop van de vijftiende, maar vooral in de zestiende eeuw had zich in Amsterdam eene machtige regenten-aristocratie ontwikkeld. Terwijl de stedelijke regeering in den eersten tijd van Karei V weinig devoot Katholiek geweest was en niet vervolgingsgezind, bracht de reactie na de beweging der Wederdooperij in 1536 en volgende jaren slechts mannen aan het bewind, streng in geloofszaken en fel gebeten op alles wat maar naar ketterij zweemde. Daar gematigden niet meer op het kussen konden komen, werd de kring, waaruit de stedelijke magistraten plachten voort te komen, daardoor nog meer verkleind. Toen door het veldwinnen van het Calvinisme ook onder de hoogere standen, steeds minder geschikte zuiverKatholieke candidaten voor r egeeringszetels beschikbaar bleven, ontaardde de regentenregeering in de zestiger jaren in eene

C. 1

Sluiten