Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oligarchie, bijna in eene' coterie. De factie, die sedert het bewind in handen had, moest, daar zij geen steun meer -vond bij de burgerij, van welke zij bijna geheel losgeraakt was, noodgedwongen leunen op de landsregeering. Haar heerschappij zou waarschijnlijk-van korten duur geweest zijn, indien de opstand niet tusschenbeide gekomen was. De Landvoogdes nam in 1565 reeds maatregelen tegen de familieregeering, daartoe bewogen door de doleantiën der buiten alle regeeringszaken gesloten Amsterdamsche notabelen1). Vele van deze doleanten werden echter door de gebeurtenissen van 1566 en 1567 — den beeldenstorm, de Hervormde predicatie, het verblijf van Brederode — op dusdanige wijze gecompromitteerd, dat zij het raadzaam achtten stad en land te ontvluchten, toen de Landvoogdes deze eerste beweging baas geworden was. Nadat de Raad van Beroerten een 170-tal der gevluchten tot eeuwige ballingschap veroordeeld had, kon de heerschende factie gerust zijn: zoolang zij maar trouw bleef aan den Spaanschen Koning, behoefde zij voor haar politieke tegenstanders geen vrees meer te koesteren 2).

Hoewel deze houding Amsterdam op het verlies van handel en Scheepvaart te staan kwam en de welvaart zienderoogen achteruit ging, volhardde de stedelijke regeering tijdens het bewind van Alva en Requesens in haar Spaanschgezinde houding. De wassende ontevredenheid onder de burgerij bleef zij gemakkelijk meester, doordat zij reeds in 1572 twee vendels soldaten op stadskosten had aangenomen3).

De Pacificatie, die 8 November 1576 te Gent gesloten

J) Ter Gouw: Geschiedenis van Amsterdam, VI, bi. 38, vl.: Twisten in het stedelijk huishouden.

2) Toen Requesens in 1574 een pardon uitvaardigde, dat zóó ruim en algemeen was, dat van alle Amsterdamsche ballingen er slechts elf, onder wie Baerdesen en Cant, buitengesloten waren, verkregen de Amsterdamsche burgemeesters toestemming het niet toe te passen. Ter Gouw VU, bl. 124—126.

8) Als voren, bl. 39, vl.: De Spaanschgezindheid der Amsterdamsche Regeering. — Prof. Dr. H. Brugmans : Opkomst en bloei van Amsterdam, bl. 58, vl.: Amsterdam en de Opstand. — Over de vendels: Ter Gouw VII, bl. 32, vl.: De twee vendels.

Sluiten