Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd en Holland en Zeeland nauw met de overige gewesten verbond, bracht de Amsterdamsche regeering in eene moeilijke positie. Hoewel de Pacificatie haar gebiedend voorschreef zich onder het bewind van den Prins en de Staten te stellen, kon zij hiertoe niet besluiten: nooit immers had zij de Staten als wettig gezag erkend en zij voelde geen lust Don Jan, op wien al haar hoop als hersteller van de Spaansche heerschappij gevestigd was, reeds bij voorbaat af te vallen ter wille van eene verzoening met de opgestane Hollandsche steden. Te minder daar de Pacificatie vele bepalingen behelsde, die haar zeer tegen de borst stuitten, zooals de voorloopige handhaving van den Gereformeerden godsdienst in Holland en Zeeland, de vernietiging van alle vonnissen ter zake van de troebelen en den terugkeer der ballingen.

Hoewel door den Raad van State tot toetreding tot de Alg emeene Unie uitgenoodigd, bleef de Amsterdamsche regeering eenige maanden met het nemen van een besluit talmen. Noch het door de Staten van Holland tegen haar β€” als tegen eene vijandelijke stad β€” uitgevaardigde verbod van handel en toevoer, noch de bedreiging met confiscatie van alle goederen e.d., aan de stad of aan hare burgers toebehoorende, noch het gemor der stedelingen kon de Spaanschgezinde magistraten tot aanname van de Pacificatie bewegen. Pas toen Don Jan 12 Februari 1577 bij het Eeuwig Edict de Pacificatie erkende, deden ook de Amsterdamsche afgevaardigden te Brussel van gelijken J),

Het Eeuwig Edict week vooral in art. 11 sterk af van de Pacificatie. Terwijl in de Pacificatie aan de Gereformeerden provisioneele vrijheid van godsdienstoefening in Holland en Zeeland was toegestaan, werd in het Eeuwig Edict beloofd β€žin alles en overal" den Roomschen godsdienst te handhaven % In Amsterdam bleef dus de Katholieke religie de eenig veroorloofde.

Hoewel dadelijk na de aanname van het Eeuwig Edict, de

J) Ter Gouw VII, bl. 155, vl: De Pacificatie. β€” Brugmans, ta.pl. 2) Ter Gouw VU, bl. 182.

Sluiten