Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meesteren ende Regierders der steede van Amstelredamme ter andere zijde gereesen" *).

De dateering van dat stuk levert veel bezwaren op. Van Deventer heeft het stuk in zijne Gedenkstukken van Johan van Oldenbarnevelt en zijn tijd geciteerd als: „M. S. vertoog van de Staten van Holland aan den Prins, van Mei 1579" -). Deze dateering schijnt mij onhoudbaar. In Mei 1579 was de Prins van Oranje, tot wien het stuk gericht was, nog niet in de Satisfactie-questie gemoeid; het duurde tot 31 Augustus, vóórdat de Staten hunne bereidwilligheid te kennen gaven „de saecke geheelijcken (aan hem) te stellen ende subnritteren."

Uit den inhoud laat zich de datum niet opmaken. Waar er sprake is van „het weygeeren binnen die voorsz steede te doen taxeeren, ende collecteeren tot des lants prouffijte die honderste penning vanden jaeren LXXVIII ende LXXIX," en dergelijke, zou men geneigd zijn het stuk te dateeren vóór 11 Juni 1579, op welken dag de taxatie en collectatie van den honderdsten penning van 1579 door de Vroedschap werd toegestaan3). Waar Oldenbarnevelt evenwel ook zegt, dat de stad tót nog toe ingehouden had den heelen honderdsten penning van 1578 en meer dan het tweederde gedeelte van dien van 1579, komen we tot een lateren datum, wanneer de stad reeds eèn deel van dien honderdsten penning heeft opgebracht. Pas 12 Augustus beval de stedelijke regeering aan hare burgers het tweederde gedeelte van den honderdsten penning op den voet van 1569 op te brengen4) en van de opbrengst heeft ze daarna f9300 uit de stad doen gaan5).

J) Het stuk is in keurig groot schrift; in den titel en in den tekst zijn door Oldenbarnevelt wijzigingen aangebracht. Waarschijnlijk zal het eene door een klerk geschreven copie van een ontwerp van Oldenbarnevelt zijn, waarin deze eigenhandig nog het een en ander verbeterd heeft.

2) M. L. van Deventer: Gedenkstukken van Johan van Oldenbarnevelt en zijn tijd, deel I, bl. XXXV.

3) Res. Vr. No. 4, fol. 60: 11 Juni 1579.

4) Willekeuren G, fol. 198 v« en 199.

5) Hierna, bl. 195.

Sluiten