Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daet gebroecken ende te buijten gegaen sijnde". Na er op gewezen te hebben, dat de burgerij — daar de Satisfactie „mit goede consciëntie nyet en mochte onderhouden werden" — de Alteratie had tot stand gebracht, d.w.z. de regeering veranderd en uitgeleid had en de Gereformeerde religie ingevoerd had, vervolgt de schrijver: „Hebben boven dien bewiUicht Mr. Nicolaes Camerlinck Raet Ordinaris inden Hove van Hollant*) ende Gerrit van Vloeswijck Cornelisz. 2) omme mit seeckere poincten bij hemluyden in gescrifte gestelt aenden voorsz Staten inden Hage te reijsen, ende dselve aldaer over te leveeren 3). Bij welcke poincten sij vanden voorsz Staten versoucken te moegen bij een goet deel vande geil Camerlinck was als vierde commissaris aan het tweede drietal commissarissen der Staten van Holland „tot de effectueering der Satisfactie" toegevoegd. Hij was als zoodanig met zijn drie collega's waarschijnlijk 21 Mei in Amsterdam aangekomen. Ter Gouw VU, bl. 324, 327.

2) Aangenomen, dat de hier gegeven voorstelling van zaken juist is, dan berust de naam waarschijnlijk toch op eene vergissing. Gerrit van Vlooswijck Cornelisz. was van 1572—1585 raad in de Vroedschap van Rotterdam. Bedoeld zal wel zijn zijn broeder Claes Cornelisz. van Vlooswijck, raad in de Amsterdamsche Vroedschap van 1578—1611. (Elias: De Vroedschap van Amsterdam, deel I, bl. 83). De verwarring van de twee broeders, den Amsterdamschen en den Rotterdamschen, versterkt me in de meening, dat Oldenbarnevelt, de pensionaris van Rotterdam, de opsteller van de Remonstrantie zal zijn.

8) Over deze reis — verondersteld, dat zij heeft plaatsgehad — ontbreken ons verdere gegevens. Camerlinck was althans reeds 30 Mei weer in Amsterdam terug: hij schrijft op dien dag met zijn collega-commissaris Van der Myle een briefje over de schepenenbenoeming aan het Hof van Holland. Algemeen Rijksarchief. Hof van Holland. Ingekomen en uitgaande missiven. 1578—1585. No. 4593.

Reiskosten van Vlooswijck over deze reis heb ik in den rapiamus niet gevonden; wel van eene reis van 16—24 Juni -1578 met het Vroedschapslid Pieter Willemsz. Vrient in Den Haag „om zeeckere deser stede affairen te solliciteren". Rek. v. thes. 1578 na de Alt., fol. 123 en v°; Rap. v. thes. 1578 na de Alt., fol. 115.

Een heel zwak bewijs voor Camerlinck's reis zou men kunnen putten uit de mededeeling over de Alteratie in de regeeringslijst vóór de Handvesten gedrukt (Tbr Gouw VII, bl. 337): „Op den 26n Meye [1578] zijn de principaelste Regierders ende Raeden uyt deser Stede te schepe uytghevoert ende opten 27n dito van haer officie ende eedt gedeporteert bij de drie schutte-

Sluiten