Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

qualificeerste burgeren, doen eligeeren XXXVI persoonentot raeden der selver steede ]). Item bijde selve poincten werdt expresselick verclaert dat die gantsche gemeente ende het geheel corpus hem bevint grotelicx geintresseert bij de voorsz Satisfactie ende dat sij daeromme gelijckelick Sijne Excellentie ende den Heeren Staten ontslaen vande zelve Satisfactie. Op welcke poinct die voorsz Staten ten dage vande overleveringhe hebben verclaert, dat sij die voorsz renunthiatie accepteerden."

Daar de geheele mededeeling zeer vluchtig is, en den indruk maakt van uit het geheugen te zijn neergeschreven, hécht ik niet veel waarde aan de bewering in het slot van den passus, dat de burgerij Zijne Excellentie en de Staten van Holland ontslagen heeft van de Satisfactie en dat die renunchiatie door de Staten „ten dage vande overleveringhe" geaccepteerd zou zijn 2).

Sterker staat de schrijver van de Remonstrantie, waar hij — den nadruk leggende op het feit, dat de Satisfactie een contract was — betoogt: „This geheel frivoel dat die regierders van

rijen, ten overstaen van de Heeren Van Matenesse ende Van der Mijle, commissarissen van weghen de Heeren Staten van Hollandt", etc. Hier wordt Camerlinck niet genoemd; hij kan dus uitstedig geweest zijn. Maar ook de landsadvocaat Buys wordt niet vermeld, terwijl ook hij sedert 21 Mei in de stad als Staatsch-commissaris vertoefde. Of zou deze dadelijk na.de Alteratie naar Den Haag teruggekeerd zijn, daar zijne gewone werkzaamheden geen lange afwezigheid gedoogden?

1) Dat moet slaan op de verkiezing van Burgemeesteren en Vroedschap door de geëligeerden uit de schutterijen. (Ter Gouw VII, bl. 380). Uit geen enkele andere bron weten we echter, dat voor deze handelwijze de toestemming van de Staten gevraagd is.

2) Daar de Staten-resoluties van Mei 1578 ontbreken, is het meegedeelde niet te controleeren. Aangenomen, dat Camerlinck en Vlooswijck zich reeds den 26en tegen den avond naar den Haag begeven hadden, moet de „dag vande overleveringhe" den 27en zijn. Uiterlijk den 28en 's morgens moeten Camerlinck en Vlooswijck met de toestemming der Staten tot de electie der 36 raden door „een goet deel vande gequalificeerste burgeren" reeds in Amsterdam teruggekeerd zijn, daar de verkiezing dien dag plaats vond. (TER Gouw VII, bl. 380).

Sluiten