Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Amstelredamme bij avontuer souden willen seggen dat die gemeente die voorsz Satisfactie in eenighe poincten daer bij sij beswaert was wel heeft moegen infringeeren ende dat sij nietemin dandeere poincten wel moegen houden staende. Gemerckt dat die voorsz Satisfactie een contract es geweest, soe ten sijde van Sijne F: G. ende den Staten van Hollant, als ten sijde vanden regierders ende gemeente van Amstelredamme obligatoir, omme alle die poincten vandien tonderhouden ende doen onderhouden. Ende mitsdien en is int vermoegen vande gemeente van Amstelredam nijet geweest tselve contract in eenighe poincten te infringeeren ende daer van te renunchieeren, ende dandeere poincten naer haere appetijté te houden staende buijten bewillinghe ende consent van uwe F: G. ende de Staten" 1).

In dit verband komt Oldenbarnevelt nog eens terug op de hiervoor verhaalde renunchiatie. Hij vertelt nu, dat „die renunchiatie bijde gemeente ende burgerie van Amstelredam eerst aenden Staten, daernae (soe die Staten hebben verstaen) aen uwe F: G. selffs2) niet van eenighe poincten der voorsz

1) Mr. J. F. van Beeck Calkoen: Onderzoek naar den rechtstoestand der geestelijke en kerkelijke goederen in Holland na de reformatie, 1910 (diss. Vrije Universiteit), bl. 21, noot 2, beschouwt de Satisfactie ook als een contract. Met zijn betoog, dat door het toelaten van de Hervormde godsdienstoefening — dus door overtreding van art. 1 der Satisfactie — dat contract niet verbroken werd, ga ik niet accoord. Hij schrijft onder meer: „Evenwel, toen Amsterdam door de veranderde omstandigheden binnen haar gebied ertoe overging meer vrijheid aan de Calvinisten toe te staan, kon zij dat doen, zonder haar contract te breken; zij toch kon mi. ten allen tijde eene bepaling op haar aandringen en in haar voordeel gemaakt, laten vallen. De positie der Staten veranderdé daardoor in het minst niet, werd er niet onvoordeeliger door. Wel had Amsterdam haar contract gebroken, wanneer zij nog strenger bepalingen ten opzichte der vrijheid van godsdienstoefening had in werking gebracht; dat toch ware in het nadeel der Staten geweest, en had hunne positie dus veranderd. Dit alles is eene consequentie van de onderlinge verhoudingen van contracteerende partijen."

De overtredingen van verdere Satisfactie-bepalingen heeft Van Beeck Calkoen buiten beschouwing gelaten.

2) Ten tijde van de zgn. renunchiatie aan de Staten, bevond de Prins van

Sluiten