Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Satisfactie maer simpelick vande Satisfactie gedaen" is. Daar de Staten de renunchiatie „indier voughen" (dus volledig) geaccepteerd hadden, waren zij mitsdien „van alle beloften ende verbanden daer bij gedaen ontsleegen."

De schrijver acht het „ongefundeert dat die regierders van Amstelredam bij avontuere sullen willen seggen dat die infractie vanden voorsz Satisfactie soe int poinct vande veranderinge vande religie, offitiers, magistraten, ende regierders, als vanden bevelhebbers vande soldaten, nijet tot naedeel maar tot voordeel van den Staten is gedaen, ende datmen daeromme die jegenwoordighe magistraten tselve behoort te laten genieten, datmen doude magistraten soude hebben moeten laeten genieten." De Amsterdamsche regeering wenschte dus — daar alle infracties in het voordeel van de Staten waren geweest — dat de Staten ze niet als contractbreuk zouden beschouwen, maar haar in het rustige bezit van alle verdere, voor haar voordeelige Satisfactie-bepalingen zou laten.

Oldenbarnevelt achtte het trouwens zeer betwistbaar, dat al die veranderingen voordeelig voor de Staten waren geweest. „Ja als ingesien soude worden het particulier interest van veele andeere steeden van Hollant, soe is die voorsz veranderinghe tot groot naedeel, ende prejuditie vanden selven steeden streckende." Als redenen geeft hij op: 1°. dat als de Alteratie niet zou hebben plaats gevonden vele Gereformeerde kooplieden uit Amsterdam en uit andere plaatsen afkomstig zich nooit naar Amsterdam zouden hebben begeven, maar rustig gebleven zouden zijn in de steden, waar zij gedurende den oorlog gewoond hadden; 2°. dat de Alteratie zou hebben kunnen strekken tot nadeel van geheel Holland, immers „ingevalle dandeere provintien bijde Pacificatie van Gendt geunieert sijnde, hadden willen sustineeren, die voorsz Alteratie gedaen te weesen jegens die voorsz Pacificatie, ende dat mitsdien

Oranje zich niet te 's-Gravenhage, doch in Antwerpen. — Moeten we aannemen, dat de renunchiatie geschied was in de „Justificatie bij die van Arastelredamme opt voorsz tstuck gemaeckt ende bijden Burgemeesteren der selver steede uwe F; G. selffs overgelevert"? (cf. de Remonstrantie).

Sluiten