Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet ontbroken; van het begin van 1579 af tot in December 1581 is met tusschenpoozen onderhandeld. Aan die onderhandelingen hebben de kopstukken der Staten en der Amsterdamsche regeering meegewerkt; ook de Prins van Oranje en de leden van het Hof van Holland werden erin gemoeid. Ondanks alle aangewende moeite was het eindresultaat nog weinig bevredigend: het Contract tot afstand van de Satisfactie van 20 December 1581 bracht de neteligste questies niet tot eene definitieve oplossing.

In de twee eerste hoofdstukken zal ik de langdurige onderhandelingen schetsen, die gevoerd zijn om tot deze voorloopige afsluiting van den strijd te komen. Van de daarop volgende hoofdstukken zullen de artikelen der Satisfactie, die aanleiding tot strijd gegeven hebben, het onderwerp uitmaken. Achtereenvolgens zal ik spreken over de questie der vendels (art. 4—6) en over die van de paalkist (art. 13), over die van de convooien (art. 14), over die van de oude schulden en van den honderdsten penning (art. 15 en 16), over die van de kloostergoederen (art. 19) en over die van de achterstallige rente (art. 19). Na de behandeling van de questie der kerkelijke goederen, die maar los met artikel 19 samenhangt, zal ik nog spreken over het geschil over het schoutambacht, dat niet voortvloeide uit de Satisfactie, maar toch in het Accoord of Contract tot afstand van de Satisfactie zijne oplossing gevonden heeft.

Ik heb steeds mijn bronnenonderzoek uitgestrekt tot aan de definitieve regeling van ieder geschil, ook waar die pas enkele jaren na het Accoord tot stand gekomen is. Slechts in het geval van de paalkist heb ik mij met de uit Wagenaar e.a. bekende feiten vergenoegd, omdat van eene eigenlijke oplossing dezer questie geen sprake kan zijn. Hoewel de Amsterdamsche regeering jaren lang over de paalkist geprocedeerd en onderhandeld heeft, is het haar nooit gelukt dat verloren voorrecht te herwinnen; de stad Enkhuizen schijnt als het ware stilzwijgend in het bezit van het haar in 1573 verleende recht gebleven te zijn.

Sluiten