Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verstaen dat oversulcx die van Amsterdam mede gehouden zijn inde oude schulden als andere steeden van Hollant, maer zouden nyetemin omme alle eenicheijt vruntschap ende nagebuerschap tonderhouden te vreeden weesen beneffens den O. penninck vanden jaere XVC LXXVIII, die van Amsterdam te remitteren die helft vande eerste twee honderdste penninghen die over Hollant ommegeslagen ende geconsenteert zullen werden, mits dat die voorsz renunchiatie vande Satisfactie zal worden achtervolcht ende dzelve gehouden voer doet ende te nyet".

Daar de onderhandelingen vruchteloos dreigden te blijven, heeft Nicolai de afgevaardigden 31 Mei nog eens voor zich vereenigd1). Op verzoek der gedeputeerden van de Staten heeft hij toen — nadat hij elk der twee partijen nog eens afzonderlijk gehoord had en vernomen had, dat niet alleen art. 15 der Satisfactie (handelende over de oude schulden), maar ook art. 4 (betreffende de vendels) een struikelblok vormde — het volgende bemiddelingsvoorstel gedaan:

art. 4: de Prins van Oranje en de Staten van Holland zullen „tot bewaernisse ende verseeckerheyt vande stede van Amsterdam" uit de Amsterdamsche burgers driehonderd soldaten doen aannemen en die verdeelen onder twee vendels; ze zullen naar hun goeddunken kapiteins en bevelhebbers uit de burgerij benoemen en met deze soldaten en officieren eene voor het land voordeelige overeenkomst omtrent de soldij treffen. De officieren en soldaten zullen den eed van trouw aan den Prins en aan de Staten moeten afleggen. Zijne Excellentie en de Staten zullen naar hun goedvinden de bevelhebbers en soldaten door andere Amsterdamsche burgers mogen vervangen, het aantal soldaten mogen vermeerderen of verminderen. De betaling van de soldij zal geschieden als aan andere soldaten, die in Hollandsche steden in garnizoen liggen2).

Van de gedeputeerden der Staten ontbrak Comansz; bij de Amsterdamsche gecommitteerden was Baerdesen (toen al weer in Amsterdam) vervangen door Boelens. Rap. v. thes. 1579, fol. 127.

2) Eene bespreking van dat voor Amsterdam weinig gunstige voorstel, hierna, bl. 135.

Sluiten