Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inconvenienten die daer door gheleden zyn, ende noch geleden mogen worden" 1).

Hoewel de onderhandelingen waarschijnlijk gestrand zijn op de veeleischendheid van Amsterdam, verweten de 'Amsterdamsche Burgemeesters aan de Staten, dat er in de zaak „noch nyet ten principale gedaen" was, doordat deze „tot gheen bülicheyt" hadden willen „verstaen". Van het inroepen van de uitspraak van Zijne Excellentie wilden ze niet weten, onder voorgeven, dat het noodeloos was den Prins „zoe hoochlick in meerder zaecken geoccupeert, met sulcx te bemoyen" 2). Ze wilden de Staten aanbieden „die differenten opde liquidatie vande oude schulden vallende ... te submitteren ter arbitraige van vijer te eligeren hier inde vuyt die Gedeputeerden vande naerder geünieerde provinciën." Hoewel Amsterdam — daar de extra-ordinaris contributies toch grootendeels gebruikt werden tot betaling van otide schulden — in dergelijke belastingen ondertusschen niet zou behoeven te bewilligen, stelden de Burgemeesters voor daarin toe te geven, mits aan de stad geaccordeerd zou worden „van tgene aenden jegenwoordighen lopenden hondersten penning noch resteert3) ende van andere eerstcommende extraordinarys contributien tot effectuele liquidatie, die twe derdedelen van tgeheel zuyver inne te houden, omme te vergelycken ende aff te rekenen

1) Res. St. v. Holl. 1579, bl. 206 : 31 Aug. nam.

2) In Maart 1579 — toen de questie der oude schulden eene rechtszaak dreigde te worden — hadden de Burgemeesters daar anders over gedacht. Er was toen in de Vroedschap besloten „dat ter contrarye zall worden geexcipieert tot renvoy aen Zynder Excellencie volgende tvyerde articule vande Unie." Res. Vr. No. 4, fol. 49 v°: 14 Maart.

s) Nml. aan dien van 1579. Daar de kohieren voor dien honderdsten penning nog in geen drie maanden gereed konden zijn en de nood der tijden steeds hooger klom, had de Amsterdamsche Vroedschap er 18 Juli in toegestemd, dat voorloopig in plaats van den honderdsten penning van 1579 opgebracht zou worden de helft van den honderdsten penning van 1569. Res. Vr. foL 69 en 69 v°. Daar de Staten haast achter de zaak gezet hadden, had Amsterdam in September al meer dan f 9000 in dien honderdsten penning gefourneerd. Res. St. v. Holl. 1579, bl. 233.

Sluiten