Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in een onbepaalde toekomst. Ze kreeg dus — als men tenminste niet uitermate optimistisch dacht over de vredesmogelijkheid — van den Prins nog minder dan in Mei 1579 van Nicolai. Deze had haar immers ten langen leste één geheelen plus drie halve honderdste penningen aangeboden. De uitspraak staat zonder twijfel onder den invloed van Oldenbarnevelt: niet voor niets was deze dobr de Staten naar Utrecht gezonden*). Niet vergeefs had hij ook in zijne Remonstrantie stemming gemaakt tegen art. 15 dèr Satisfactie. Hij had er op gewezen, dat de Staten indertijd slechts in dat artikel bewilligd hadden wegens de „hartneckicheyt" van de Spaanschgezinde regeering en dat zij het in de veranderde omstandigheden voor de ingezetenen van de andere steden niet meer zouden kunnen „gedoegen ofte excuseeren". „Nijet alleenlicken ten aensien dat die van Amstelredamme inde schulden bijden Staten gemaeckt geduijerende den yoorleeden oorloghe mede gehouden sijn, als soe wel tot haeren voordeel ende conservatie gemaect als vanden andeeren steeden van Hollant. Maer principaelicken overmits die saecke vanden steede van Amstelredam inde saecke panden oorloghe geheel gelijck is geworden den anderen steeden ende dat het meerderdeel vanden regierders ende oock inwoenders vandien hem geduijerende den oorloghe aende sijde van uwe F. G. ende den Staten gehouden ende oversulcx die schulden selffs helpen maecken hebben." De gewone tegenwerping, dat Amsterdam gedurende den oorlog door de toenmalige regeerders ook zelf met groote schulden belast was, had Oldenbarnevelt afgewezen: „want naedemael sij daer mede den Coninck ofte sijne gouverneurs tot haere ende des lants ruine ende bederffenisse hebben willen gelieven, soe hebben sij de selven aenden Coninck ofte sijne gouverneurs te soecken. Ofte moegen dselve vinden aenden

l) Van Deventer schreef de voor de Staten gunstige uitspraak ook. aan de aanwezigheid van Oldenbarnevelt toe. Gedenkstukken van Oldenbarnevelt, bl. XXXVI.

Sluiten