Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de stedelijke belangen beloofde de Prins te zullen waken.

In de Vroedschapszitting van 26 Maart kwamen de Burgemeesters met „zeecker geconcipieerde articulen van ander accordt metten Staten aen te gaen" *). Zij stelden aan de Vroedschap voor de verdere punten van de Satisfactie te laten varen, indien men deze nieuwe artikelen zou kunnen verkrijgen. Daar zij vonden, dat er in de Satisfactie slechts „drye poincten van importantie stonden, als tvyerde articule mentie maeckende van tgarnisoen, tl 5e articule alwaer inne hervat wordt vande oude schulden ende tl 9e articule mentionerende van dat die geestelickheyt haeren goederen zouden behouden," brachten zij in hun ontwerp al hunne wenschen onder deze drie hoofden onder. In ruil voor deze artikelen, desnoods ietwat gewijzigd verklaarde de Vroedschap zich bereid de Satisfactie af te staan. Met cadeaux en jaargelden zouden invloedrijke Statenleden voor de Amsterdamsche wenschen gewonnen moeten worden3).

De Staten-vergadering, die 21 Maart 1580 in Den Haag geopend was, was buitengewoon bezocht4). Gewichtige vraagstukken waren er aan de orde: in de eerste plaats, of men Anjou als „protecteur" zou aannemen, in de tweede plaats, of men den naam des konings nog langer zou gebruiken.

De Prins sprak immers niet over den bloei der stad tengevolge van de Alteratie, maar van een te verwachten opbloei na het tot stand komen van een accoord in de Satisfactie-questies.

x) Dat waren blijkbaar weer geheel andere artikelen, als diegene, die overgeleverd waren te Utrecht in antwoord op 's Prinsen eerste uitspraak. Nu men zich overtuigd hield van de goedgunstige gezindheid van Zijne Excellentie, zal de Amsterdamsche regeering haar wenschen nog welflink uitgezet hebben.

,J) De Amsterdamsche gedeputeerden kregen volmacht om het ontwerp zonder verder rapport te mogen „vermeerderen, verminderen ende veranderen."

*) Res. Vr. No. 4, fol. 105 v« — 107 v°: 26 Maart 1580.

4) 28 Maart waren er, behalve de edelen, 22 steden vertegenwoordigd, waaronder kleine als Oudewater, Geertruidenberg, Naarden, Weesp en Muiden. Res. St. v. Holl. 1580, bl. 44 en 45: 28 Maart nam. Op dat drukke bezoek heeft reeds A. KLUIT gewezen in zijn Historie der Hollandsche Staatsregeering, deel I, bl. 245.

Sluiten