Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitspraak „met recht ofte redelyckheijt nijet gemeens en heeft, Bijsonder alsoe bevonden word dat syne voorz Princelycke Excellencie opte voorz questie twee vuytspraecken ende voorslagen in geschrifte doen stellen heeft die vande anderen zoe veel als de nacht ende dach zyn differerende."

Daar het verweer aansluit bij de reeds meermalen aangehaalde Remonstrantie1), staat Oldenbarnevelt ook hier op het standpunt, dat de stad uit kracht van de door haar zelf verbroken Satisfactie niets kon eischen. Hij maakt zich zelfs sterk te bewijzen, dat de Prins vóór zijne eerste uitspraak uitdrukkelijk had verklaard, dat Amsterdam zich niet „mette" Satisfactie als gerenunchieert ende gebroecken zynde" zou mogen „behelpen". Op grond nu van deze „renunchiatie" konden de Staten de tweede uitspraak niet aannemen, te minder, daar ze verschillende punten inhield, die met de Satisfactie niets te maken hadden2). Zelfs na aftrek dezer punten werd aan de stad meer toegewezen, dan zij „blijvende die voorsz Satisfactie in haer geheel vuijt crachtevan dien (zou) mogen consequeren," terwijl daarentegen aan de Staten niets beloofd werd „ter oersaecke dat zij vande poincten vande zelve Satisfactie tot haer voordeel weesende zouden moeten wycken, Hoewel dzelve poincten den edelen ende andere steeden van Hollant ongelyck meer waerdich zyn als die van Amsterdam vuijte voorsz Satisfactie van henluyden mogen consequeren."

Oldenbarnevelt rekent den Staten nu voor, dat aan de stad veel meer beloofd was, dan zij op grond van de Satisfactie zou kunnen eischen. Hij redeneert aldus: alle Hollandsche schulden zijn begroot op f 1.200.000, hoewel „die Staten hen vastelyck laten voerstaan dat dzelve over die thien hondert

Spiegel waren reeds 31 Maart in Amsterdam teruggekeerd. Bevreemden kan het, dat toch de handteekening van Jacob van Campen onder de belofte van geheimhouding, vermeld door Bor, boek XV, fol. 197b, voorkomt.

J) Het stuk vangt aan met de woorden: „Inden eersten staet te letten dat omme redenen inde voergaende remonstrantie verhaelt," etc.

2) Bijv. het punt van het schoutambacht en dat van de baljuwschappen.

Sluiten