Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twaleff jaren," acht Oldenbarnevelt het hoogelijk onbillijk, dat aan Amsterdam „tot een overmaet bij tzelff de articule noch toegeleijt (wordt) vyff ende dertich duijsent guldens te betalen teynde drie jaren op vyff duijsent guldens sjaers"x). Zijne conclusie luidt dan ook: „Sulcx dat die zaecke te rechte ingesien zijnde bij tvoersz poinct alleen die van Amsterdam ten naesten die geheele helft- meer toegeleijt is als zij ten vutjtersten vuijte voersz Satisfactie souden mogen eysschen," Alle verdere schenkingen, als de betaling van de achterstallige renten op het gemeene land en de domeinen, de ambachtsheerlijkheid over de dorpen, de kwijtschelding van de pacht van het schoutambacht kunnen geen genade vinden * in de oogen van Oldenbarnevelt. Hij kan zich niet begrijpen, hoe de Prins er toegekomen is, al „het getimmert ende plaetsen vande cloesters binnen Amstelredam" aan de stad toe te kennen, daar men de waarde hiervan op geen f 100.000 na kan schatten, noch minder, dat in art. 7 „hen toegelaten word in te slocken alle die gheestelycke goederen onder pretext dat die ten behouff vande armen zullen comen, Alzoe gheenighe steden van Hollant die nochtans zoe getrouwelyck mit lyff ende goet Zijn Princelijcke Excellencie ende tvaderlant hebben geholpen zulcx wordt geaccordeert."

Oldenbarnevelt vervolgt dan: „Ende ter oersaecke vande voorsz favorable vuytspraecke vande saken2) en was nyet van noede die van Amsterdam yet specialyck te beloven nopende die bewaernisse ende fortificatie van Weesp ende Muijden, nochte omme henluyden te gheven tseggen op tstellen vande bailluwen van Goylandt, Amstelandt ende Waterlandt" 3). De toestenrming van den Prins, zoowel inzake de extensie

!) Van Deventer leest hier: „te betalen tegen drie jaren en 5000 gl. 's jaars. Met het oog op het bepaalde in art. 8 van het Contract tot afstand van de Satisfactie, geef ik aan mijne lezing de voorkeur.

*) Het woord is zeer onduidelijk. Van Deventer heeft het weggelaten.

3) Van Deventer heeft hier: ,,'t heffen van tollen voor de bailluwen," etc. Daar onder de artikelen van 26 Maart voorkomt: „Die nominatie vande balliuwen van Goylandt, Aemsterlant, Waterlant ende Seevanck die voort aen gestelt zullen worden", acht ik de lezing van Van Deventer onjuist, i

Sluiten