Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den 31 en Maart werd hieraan toegevoegd :

Eerst dat hier by werde gevoucht dat den soldaten aengenomen zullen worden by advys ende consent vande Burgermeesteren, dat oick by veranderinghe off offlivicheijt van een capiteyn off capiteynen vuyt den burgeren andere inde plaetse by Zyn Excellencie off Heren Staten zullen werden gestelt by advys vanden Burgermeesteren, dat oick den soldaten vuyt die generale middelen die binnen deser stede ontfangen zullen worden van maent tot maent zullen worden betaelt.

2. Dat die voorsz soldaten oick eedt sullen doen den Burgermeesteren deser stadt te gehoorsamen, in alles wat hem tot bewaernisse deser stadt ende onderhout van vrede ende eendracht bevolen zal worden Ende oick gehouden zullen wesen Burgermeesteren te assisteren int straffen vanden ghenen die welcke verstoorders van de gemeene ruste ende vrede bevonden zullen worden.

3. Item dat Burgermeesteren geauthoriseert zullen worden goede aenschou ende opsicht te nemen ten eynde goede discipline onder tcrysvolck gehouden worde, ende dat zy oick zullen mogen doen straffen den overtreders, zoe verre den hopluyden in gebreecke off versuymenisse bevonden mochten worden.

raedt van mynen Heren het garnisoen vuyt deser stede nyet (te zullen) lichten'' en „de stad nyet te beswaren met eenige deurtocht van knechten."

[De Staten verklaren in eene acte van onbekenden datum, dat „vuyt die generale middelen alhyer nyettegenstaende enighe andere ordonnantiën opden ontfanger, tgarnisoen alhyer ende tot Muyden mitsgaders tot Weesp leggende voor all betaelt (moet) worden" !).]

In den brief van 30 Juni schrijft de Prins „dat zoe veele angaet het ordonneren over den garnisoenen, tzelffde aen (hem) aüeene (is) gereserveert, dewelcke authoriteyt ende dispositie (hij) als Stadthouder ende Capiteyn generael over Hollandt van menynghe (is) aen hem te behouden beroerende die zaecken vander oirloghe, zonder dat (hij) yemanden enich hinder schade off nadeel (wil) laeten geschyen."

In den brief van 30 Juni geeft de Prins „mynen Heren omme toesicht ende opsicht te nemen opt het garnisoen macht, ten eynde goede wacht ende discipline onder de zelf f de werde gehouden."

1) Res. Vr. No. 4, fol. 122 en v°. Hiervoor, bl. 48.

Sluiten