Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te nopen : oorlogsschepen wachtten de Amsterdamsche koopvaarders na het uitvaren op en dwongen ze de gehate convooien te voldoen. In het nauw gedreven beklaagde de stad zich niet alleen over den overlast, die haar kooplieden werd aangedaan, bij de Staten, den Prins als stadhouder en het Noorderkwartier, ze nam ook tegenmaatregelen. Haar onwettig bevel aan de ontvangers der gemeene middelen en convooien in de stad, om voorloopig alleen in handen der stedelijke magistraten geld uit te betalen, bracht haar in openlijken strijd met de Staten. Deze verlegden dadelijk hunne vergadering, uitgeschreven tegen 2 October 1580 in Amsterdam, naar Den Haag, tot groote teleurstelling der stadsregeering, die gaarne voor het eerst na de Satisfactie eene Staten-vergadering in haar midden zou hebben ontvangen. Amsterdam daarentegen weigerde — hoewel herhaaldelijk uitgenoodigd — afgevaardigden ter Staten-vergadering te zenden, vóórdat de Staten hunne bewering, dat de stad in zake belastingen volgens hare Satisfactie tot gehoorzaamheid verplicht was, zou hebben teruggenomen. In het hoofdstuk over de convooien zal ik uiteenzetten, hoe het conflict door de hulp van den Prins van Oranje eindelijk weer uit den weg geruimd is. 18 November compareerden de Amsterdamsche gedeputeerden voor het eerst weer in de Staten-vergadering1). Reeds den volgenden dag keerde Cant met twee collega's naar Amsterdam terug om verslag te doen van hun „besoinge". Ze wezen er de Vroedschap op, dat de Prins van Oranje, die dit conflict slechts als een onderdeel van alle questies tusschen Amsterdam en de Staten beschouwde, er bij de Staten tevergeefs op aangedrongen had zijne tweede uitspraak weer ter hand te nemen. Hoewel de gedeputeerden het onwaarschijnlijk achtten, dat de Staten de uitspraak ooit zouden aannemen, besloot de Vroedschap bij hare acceptatie te volharden; ze machtigde haar afgevaardigden „omme die articulen in dyer vougen ende zonder veranderinghe aen te gaen zoe

1) Over dit conflict: hierna, hoofdstuk 4.

Sluiten