Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den Prins van Oranje in het St.-Cecilienklooster komt mij de eerste veronderstelling het meest waarschijnlijk voor. 25 Juni verlieten de Generale Staten tegelijk met den Prins van Oranje de stad; ze hebben hunne beraadslagingen in Den Haag hervat1).

Gewichtige zaken waren op de „Vergaderinge generael" der Staten van Holland van 11 tot 24 Maart aan de orde.

15 Maart2) besloten de Staten aan Zijne Excellentie te verzoeken, dat hij „tot defensie ende conservatie van den Lande van Hollandt ende Zeelandt" zou willen gebruiken de autoriteit hem „by de Unie ofte Gouvernement van den Lande van Hollandt ende Zeelandt geconfereert," en dat „sonder dat den Naem ofte Zegel van den Koningh van Spaignen vorder gebruyckt (zouden) werden"3). In overeenstemming met dat besluit werd in de acte van gouvernement bijv. niet meer gelezen, zooals in 1576: art. 8: „Sijne Excell. sal van wegen den Coningh, als Grave van Hollant ende Zeelant, Recht ende Justitie doen administreren byden Raed Provinciael. vanden Hove van Hollant," etc, doch „Syne Excellencie sal van wegen de Graeffelijckheydt van Hollandt ende Zeelandt," etc. In den tekst werden enkele andere wijzigingen aangebracht, door de veranderde omstandigheden geboden: in art. 10 werden de woorden „sulks als by den Grooten Raedt van Mechelen mach werden gedaen" vervangen door:

!) Res. der St-Gen., Hl, bL 200. — In de Inleiding, bl. XV, heeft Dr. Japikse bij vergissing geschreven: „25 Juni werd de vergadering der StatenGeneraal verlegd naar Den Haag, waarheen de Prins haar was voorgegaan."

«) Res. St. v. Holl. 1581, bl. 64—68: 15 Maart.

8) Wagenaar : Amsterdam, Stuk I (Deel II, Boek X), fol. 389 doet het — mijns inziens ten onrechte — voorkomen, of de onderhandelingen over de opdracht der Hooge Overheid in Maart 1581 eene rechtstreeksche voortzetting waren van die in Maart 1580. Ook Bor, boek XV, fol. 198 verwékt diezelfde voorstelling. Hierna, bl. 62, noot 5. Ik ga met de opvatting der genoemde schrijvers niet accoord, omdat — blijkens de Staten-Resoluties — de resolutie van 29 Maart met alle toen gehouden „discourssen" geheim gehouden is tot in September 1581. Hierna, bl. 85, noot 1.

Sluiten