Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„sulks als byden Grooten Raedt van Mechelen plagh te werden gedaen", en werd art. 11 aangevuld met de zinsnede: „houdende syne Excellencie voor bevestight ende geconJBnneert alle Privilegiën, Octroyen, Beneficiën ende Praerogativen, tot noch toe oock op den naem van den Koningh, buyten ende binnen Hollandt verleendt, uytghésondert het gundt byden Hartogh van Alba, geduyrende synen Gouvernemente, ende syne Successeursin den selven Gouvernemente respectivelijck, zedert het begin van de Wapeninge in Hollandt ende Zeeland gegunt ofte geaccordeert magh zyn" 1). Andere wijzigingen werden niet aangebracht. vitiv.

Bevreemden moet het daarom, dat de Amsterdamsche gedeputeerden verklaarden, „dat syluyden in de extensie 2) hier voren verhaelt, in het geheel nochte deel niet en consente(erd)en noch bewiUig(d)en." Zij vroegen zelfs om eene copie van de acte en wenschten, dat hun zou worden toegestaan hun antwoord pas op de volgende vergadering in te brengen3).

Den edelen, Dordrecht en Delft ging de oude acte van gouvernement niet ver genoeg; zij wilden de domeinen in handen van Zijne Excellentie stellen en eene regeling treffen omtrent de plaatsvervanging en de opvolging van den Prins 4).

Uit Bor zou men opmaken, dat de Staten — ondanks de bezwaren van Amsterdam — toch 15 Maart de Hooge Overheid en souvereiniteit door hunne gedeputeerden aan den Prins hadden doen aanbieden 6); zijne mededeeling berust

1) De tekst van de acte van gouvernement van 1576: Groot-Placaetboeck II, kol. 2131—2136; die van de acte van 15 Maart 1581 in' Res. St. v. Holl. 1581, bl. 64—68.

2) „Extensie" hier toch wel met de beteekenis van uitbreiding van macht, van autoriteit?

8) De mogelijkheid bestaat, dat Amsterdam de acte van gouvernement van 1576 ook nooit in allen deele had goedgekeurd. 16 April 1579 had de Vroedschap besloten, dat haar gedeputeerden eene overeenkomst met de Staten zouden mogen treffen in zake de Unie en de acte van gouvernement. Of dat geschied is, blijkt nergens. Hiervoor, bl. 18.

*) Res. St. v. Holl. 1581, bl. 69: 15 Maart.

5) Bor, boek XV, fol. 198 : „De voorschreven Staten van Hollandt hebben volghende hun voorghenoemde resolutie vooren verhaelt, daer na de voorschreven

Sluiten