Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beraadslag ingen hervat, nu echter slechts in eene gewone vergadering. Sedert 29 Maart vertoefde de Prins niet meer in Amsterdam; hij was naar Friesland afgereisd, vanwaar hij pas 20 April in de stad terugkeerde.

In deze Staten-vergadering kwam niet veel nieuws aan de orde; er werd in veel opzichten voortgewerkt op de besluiten der generale vergadering. Zoo besloten de Staten 19 April nog eens den naam des Konings niet meer te gebruiken en alle ingezetenen te ontslaan van hun eed aan hem gezworen, en tevens, dat aan een ieder een nieuwe eed zou worden afgenomen J), welk besluit den 29en door den Prins werd goedgekeurd2). Opnieuw werd gesproken over den nieuwen voet van contributie, die „by forme van Verpondinge" genomen zou mogen wordena). 28 April werden gecommitteerden benoemd (o. a. Van der Mijle en Oldenbarnevelt) om aan den Prins over te leveren „alle Resolutien van de Staten, die soo wel op den Gouvernemente als hetredressemente van den beleyde des ghemeene Landts saecken, in Hollandt zyn genomen"4). In de acte van gouvernement zou eene passage worden ingelascht over te voeren onderhandelin gen over de administratie der domeinen en het aanstellen van een plaatsvervanger5).

Op de tweede generale vergadering der Staten van Holland, die 20 Mei in, Amsterdam geopend was, achtten de Staten het wenschelijk om met den Prins een dag vast te stellen, waarop aan hem de nieuwe eed zou kunnen worden

1) Res. St. v. Holl. 1581, bl. 155: 19 April.

2) Res. St. v. Holl. 1581, bl. 192 : 29 April.

3) Res. St. v. Holl. 1581, bl. 155: 19 April. *) Res. St. v. Holl. 1581, bl. 172: 28 April.

6) Res. St. v. Holl. 1581, bl. 172: 28 April. — Uit den aanhef van deze passage „Ende alsoo de Staten van Hollandt verstaen, naerder met syne Excellencie te voltrecken, het geene tusschen syne Excellencie ende de Staten, in April vyfthien hondert tachtigh, is ghehandelt", etc. laat zich afleiden, dat van eene aanbieding en overdracht der Hooge Overheid reeds 15 Maart geen sprake is geweest. Hiervoor, bl. 62 en 63.

Sluiten