Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„tcreeren ende vernyeuwen" van de magistraten, niet het geval geweest kan zijn, zullen we straks zien *).

„Ende alzoe all tgunt voorsz ten gheenen effecte gebrocht can werden voor ende all eer die questie tusschen deser stede endé den Heeren Staten angaende die oude schulden ende tvorder inhouden vande Satisfactie" gedecideerd zou zijn, besloot de Vroedschap eenige gecommitteerden uit haar midden te benoemen met volmacht om die questie af te handelen 2). De meeningen Hepen in de Vroedschap uiteen over de vraag of men de behandelde gewichtige aangelegenheden met de bevelhebbers der schutterijen en wijken zou bespreken, ja dan, neen. Ten slotte werd besloten aan de Staten te schrijven, dat de genomen besluiten pas na het plegen van overleg met de bevelhebbers in de Staten-vergadering zouden worden ingebracht, doch dat men die bespreking zou uitstellen tot na het ontvangen van hun antwoord op deze missive 3).

De Staten van Holland stelden dadelijk na ontvangst van het schrijven den Prins van Oranje met het Amsterdamsche plan in kennis. Deze vond het „geensints gheraedsaem" „omme het Poinct, ofte de Resolutie bij de Staten vernieuwt, op het stuck van den Gouvernemente van syne Excellencie, over den Lande van Hollandt, eenighsints te communiceren de Capiteynen van de Schutterye ende Gildens binnen de Steden, overmidts de consequentie van de saecke, ende dat het selve te vooren syne Excellencie was opgedragen, ende sulcks althans alleenlijck ter executie, en in train gebracht sal wor-

1] Punt 11 = art. 13. Hierna, bl. 84 en noot 5.

2) 29 Juni werden als zoodanig benoemd: Burgemeester Reynier Cant, de oud-burgemeesters Dr. Martin Jansz. Coster en Egbert Roelofsz., het vroedschapslid Balthasar Simonsz. Appelman en de secretaris Bartholomeus van der Wiere : Res. Vr. No. 4, fol. 161.

3) Res. Vr. No. 4, fol. 158 v<> -161: 24 en 25 Juni 1581. - In de missive, die aan de Staten gezonden werd, schijnt gestaan te hebben, dat de bespreking zou worden uitgesteld, „tot dat syluyden daer op souden hebben verstaen het advis, ende de meeninge van Syne Excellencie ende de Staten." — Ik cursiveer. — Res. St. v. HolL 1581, bl. 289: 27 Juni.

Sluiten