Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wes eenigsints haerluyder satisfactie contrarie soude mogen wesen" ]). Ze verklaarden verder, dat zij van plan waren zich naar de Satisfactie en de andere acten, hun door Zijne Excellentie en de Staten verleend, te blijven regelen „ter tydt ende wylen toe haerluyden by syne Excellencie ende de Staten, daer van volkomen contentement ghedaen sal zyn, ende dat syluyden daer van effectuelijck ende vrywilligen afstant sullen hebben gedaen."

Toen de Amstêrdamsche gedeputeerden ook 5 Juli — nadat de Staten de acte van gouvernement definitief hadden vastgesteld2) — bij hunne verklaring bleven volharden, benoemden de Staten gecommitteerden, nml. Mathenes, Van der Mijle, Aimonde, Oldenbarnevelt3), Karei Gans en Thoren-

!) Res. St. v. Holl. 1581, bl. 298 en 299 : 3 Juli nam. — De wat hoogdravende woordenkeus dezer verklaring, „dat alsoo geene Landen nochte Steden, sonder Hooft ende Hooge Overighey^t, in goede prosperiteyt en mogen worden geregeert; achten hooghnoodigh dat men syne Excellencie sal versoecken, omme als Overhooft ende Hooge Overigheydt, het Gouvernement van den Lande van Hoüandt aen te willen nemen, ende over sulcks syne Excellencie het selve te defereren," heeft KLUIT in zijne Staatsregering I, bl. 261 ten onrechte verleid tot een critiék op Wagenaar, die in zijn Amsterdam, Stuk I (Deel II, Boek X), bl. 389 gezegd had: „By Amsterdam, scheen, eyndelyk, geene andere zwaarigheid over te blyven, dan dat de Stad, wegens den afstand van 't Verdrag van Voldoeninge, nog niet overeengekomen was met den Prinse en met de Staaten." Kluit nu zegt: „Mp*. Amsteldam was het zooverre af van 't geen ons Wagenaar bericht, dat het scheen, eindlijk, geen andere zwarigheid te hebben, dan de Voldoening; dat zij in tegendeel de eenigste Stad was, die toen en nog later voor de vernieuwing van 's Prinsen bewind, zich zoo sterk verklaarde," etc. — De verklaring van Amsterdam lijkt vrijwat op den aanhef van de acte van gouvernement.

2) De passage over de domeinen en het stellen van een „lieutenant" werd er weer uitgelicht; de zinsnede over de religie veranderd. Res. St. v. Holl. 1581, bl. 304 en 305: 5 Juli. De geh^ele acte van gouvernement staat afgedrukt op bl. 658, vl. — Dienzelfden 5en Juli accepteerde de Prins de acte van gouvernement blijkens zijn Renversael, afgedrukt in Res. St. v. Holl. 1581, bl. 663, vl. Dat die Brieven van Renversael toen reeds verleend zullen zijn, is niet waarschijnlijk. Hierna bl. 90! — Over de vraag, of de beperkende tijdsbepaling toen reeds in die acte herplaatst zal zijn geweest, hierna bl. 87, noot 2.

s) Mathenes, Van der Mijle en Oldenbarnevelt waren uitstekend van de Satisfactie-questie op de hoogte.

Sluiten