Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

burgh, om met den Prins te overleggen, of men de gerezen moeilijkheden soms zou kunnen ondervangen door in de acte van gouvernement op te nemen eene clausule, luidende: „te behoudén een yeghelijcks gerechtigheden ende satisfactien." Ze zouden tevens met hem moeten bespreken „in wat voegen die van Amsterdam van haerluyder satisfactie contentement sal mogen gegeven worden" J).

Als uitvloeisel van deze conferentie deden de Staten aan de Amstêrdamsche afgevaardigden twee voorstellen, die beide werden afgewezen2). De Amsterdammers verklaarden zich slechts dan bereid „het Gouvernement van syne Excellencie, in het afnemen ende presteren van den Eedt te helpen effectueren," als hun 'eene acte verleend zou worden, „daer inne niet vorder gehouden te zyn, dan achtervolgende haerluyder verklaringe" (nml. van 3 Juli), m. a. w. als zij aan dat gouvernement slechts onderworpen zouden zijn in die punten, dieniet met hunne Satisfactie in strijd waren. Daar men het over die acte niet eens kon worden3), bleef de zaak van de eedsverandering op het doode punt4).

Oldenbarnevelt had inmiddels niet stil gezeten; hij had eene nieuwe „praesentatie" ontworpen, die aan de Amstêrdamsche gedeputeerden — na het doodloopen van de onderhandelingen over de verlangde acte — werd aange-

!) Res. St. v. HolL 1581, bl. 304 en 305: 5 JuH. — De Prins had zelf bij de Staten op afdoening van het geschil met Amsterdam vóór zijn vertrek door den advocaat doen aandringen. Res. St. v. Holl. 1581, bl. 300 : 3 Juli nam.

2) De Staten wilden:

1. in de acte van gouvernement aan de zinsnede: „Al sonder praejuditie der Steden voorsz Handtvesten ende Privilegiën, die niet te min gehouden sullen werden en blyven in haer geheel," de woorden toevoegen: „ende de satisfactie die aen eenige Steden soude mogen zyn gegeven," of

2. als „actores", de Satisfactie-questie binnen twee maanden voor het Hof van Holland doen decideeren. Res. St. v. Holl. 1581,. bl. 325: 10 Juli.

8) De Staten wilden in de acte opnemen de woorden „onvermindert ende sonder prejuditie van een yegelijcks gerechtigheydt." De Amstêrdamsche gedeputeerden wilden de acte zóó niet goedkeuren. Res. St. v. Holl. 1581, bl. 325: loOuli.

\

Sluiten