Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boden1). Hij beoogde niet minder dan de bron aller moeilijkheden, de Satisfactie, uit den weg te ruimen; indien zijn voorstel zou worden aangenomen, zou niets aan de eedsverandering meer in den weg staan.

Uitgaande van de verklaring van Amsterdam van .3 Juli boden de Staten van Holland, hoewel zij „niet en verstaen eenighsints, ter oorsaecke vande selve satisfactie, in die van Amsterdam gehouden te zyn, door dien de selve by haerluyden gerenuncieert ende geinfringeert is"2), toch aan de Amstêrdamsche gedeputeerden „tot vorderinge" van het gouvernement van Zijne Excellentie het volgende aan:

„dat de Staten te vreden zyn van hare zyde te wycken van de voorsz satisfactie, voor soo veel de selve tot haren voordeel is" 3),

„dat syluyden van gelijcken te vreden zyn, dat syne Princelijcke Excellencie, die van Amsterdam voornoemt geve contentement op het poinct van het onderhouden van de Guarnisoenen binnen der selver Stede, sulcks als syne Excellencie goedtduncken, ende met die van Amsterdam verdragen sal" %

„belangende het Poinct van de Contributie tot ■betalinge van de oude schulden, ende eerst van het gene aireede betaeldt is, zyn de Staten voornoemt te vreden, met die van Amsterdam te treden in liquidatie voor Commissarissen van den Hove van Hollandt, ende soo sommierUjcken te proce-

J) Res. St. v. Holl. 1581, bl. 326: 10 Juli nam. — De „praesentatie" staat afgedrukt op bl. 333. Het ontwerp, in het schrift van Oldenbarnevelt, bevindt zich in het Algemeen Rijksarchief H. 2582, j: Stukken rakende de Satisfactie van Amsterdam, 1579—1581.

2) Deze zinsnede verraadt wel duidelijk den opsteller van het stuk. Hier* voor, bl. 10, vl.

8) Nml. van de punten 10, 14, 16 en 18 van de Satisfactie. Cf. het verweer van Oldenbarnevelt tegen 's Prinsen tweede uitspraak; hiervoor, bl. 48.

4) Waarschijnlijk dus bijv. op de wijze van de tweede uitspraak en van den toelichtenden brief van den Prins dato 30 Juni 1580. Van het standpunt van Oldenbarnevelt was dit eene groote concessie, daar hem het Amstêrdamsche stedelijke garnizoen op kosten der Staten altijd een doorn in het oog geweest was. Hiervoor, bl. 32 en 33.

C 6

Sluiten