Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van dat rapport werd op advies van den Prins de eedsplechtigheid tot 24 Juli verschoven1). Het uitstel bleek doelloos, daar geene overeenstemming met Amsterdam te bereiken bleek. De stedelijke regeering machtigde hare gedeputeerden slechts tot het afleggen van den eed, indien aan hen de acte verleend zou worden „by haerluyden laetst versocht" (dus de acte op 15 Juli opgesteld). De Staten wilden daar niet in komen: hadden zij de acte al geweigerd, toen die gevraagd werd „op het absolute Gouvernement van syne Excellencie" 2), hoeveel te meer thans, nu er alleen sprake was van het afleggen van den eed „op den provisionelen Gouvernemente van syne Excellencie3), waaronder Amsterdam zich reeds begeven had „op haerluyder satisfactie" 4). Toen de Amstêrdamsche gedeputeerden niet gemachtigd bleken om te onderhandelen over een tegenvoorstel van de Staten, werden zij van de eedsaflegging uitgesloten. De edelen en alle andere steden verklaarden zich tot de plechtigheid bereid op voorwaarde, „dat syne Excellencie den Eedt van die van Amsterdam, daer naer niet sal werden afghenomen op den voornoemden provisionelen Gouvernemente, dan op gelijcke conditie, als by de andere Steden is gedaen, ten ware met voorgaende weten

!) Res. St. v. Holl. 1581, bl. 375: 22 Juli.

2) Amsterdam had de acte (dato 15 Juli) gevraagd, toen er sprake van was aan Zijne Excellentie het bewind aan te bieden volgens de acte van gouvernement, 5 Juli 1581 definitief vastgesteld. Daar uit die acte toen de zinsnede omtrent de domeinen, etc. weer uitgelicht was, de eenige, die betrekking had op het zgn. „Absolute Gouvernement" van den Prins (Kluit, t. a. pl. I, bl. 281 en 282) lijkt het mij zeer onwaarschijnlijk, dat de woorden „soo lange de voornoemde Landen sullen zyn in Oorlogh ofte'Wapenen" toen reeds in die acte herplaatst zouden zijn geweest. Slechts de afwezigheid van eene beperkende tijdsbepaling kon aan de op te dragen heerschappij nog iets absoluuts schijnen te geven. Kluit, t. a. pl. I, bl. 213 en 214.

3) Nml. volgens de acte van gouvernement van April 1576.

4) Daar hier niet gesproken wordt over eene overeenkomst tusschen de Staten en Amsterdam getroffen over de acte van gouvernement,- mogen we hieruit wel besluiten, dat eene dergelijke overeenkomst nooit tot stand gekomen was. Hiervoor, bl. 19 en bl. 62, noot 3.

Sluiten