Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loofde Amsterdam „onder geenen Eedt" te zullen ontvangen zonder advies van de Staten, doch drong van zijn kant sterk aan op afdoening van de geschillen met die stad1).

Hoewel tegenover de andere provincies de schijn bewaard bleef, dat de Prins slechts gecontinueerd werd in zijn oude gouvernement van 15762), was hij sedert — hoewel maar tijdelijk3) — door het verdwijnen van den stadhouderstitel werkelijk souverein4).

In het najaar van 1581 werd de questie van het absolute gouvernement van Zijne Excellentie in den geest van de resolutie van 29 Maart 1580 weer aan de orde gesteld5). De Prins achtte het echter niet geraden „dat als noch geprocedeert werde omme te voltrecken de Poincten ende Articulen, daer op syne Excellencie, als Hooge Overigheydt, absolutelijck soude worden aengenomen"6). Het kwam hem waarschijnlijk raadzaam voor althans den schijn te bewaren, dat ook Holland zich met de overige provincies onder het bewind van Anjou begeven had. De landsadvocaat Mr. Paulus Buys achtte het toen noodig „voor het eerste syne Excell: over te leveren de Acte in behoorlijcke forme, daer op syne Excell: den Eedt heeft gedaen" ?). Op den rug van dat stuk werd onder de signatuur van den secretaris der Staten de eed aangeteekend, door de Staten in Juli 1.1. afgelegd8).

Het in gereedheid gebrachte stuk staat op 23 December in de Staten-resoluties opgeteekend 9j. Het blijkt nu niet te

!) Res. St. v. Holl. 1581, bl. 384 en 385 : 24 Juli nam.

2) Aan den Prins werd de oude gouvernements-acte van 1576 overgeleverd, voorzien van eene acte over de eedsaflegging door de Staten. Res. St. van Holl. 1581, bl. 386.

*) In de acte van 1576 kwamen de woorden voor: „soo lange de Landen in Oorloge ofte wapenen zijn." Groot-Placaetboeck II, kol. 2131.

4) P. J. Blok: Geschiedenis van het Nederlandsche Volk, tweede druk, deel II, bl. 180.

5) KLUIT: Staatsreg ering I, bl. 283, vl.

6) Res. St. v. Holl. 1581, bl. 643 en 644: 21 Dec.

7) Als voren.

8) Res. St. v. Holl. 1582, bl. 1^ 8—16 Jan.

9) Res. St. v. Holl. 1581, bl. 658, vl.'

Sluiten