Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn de oude acte van 1576, doch de acte van 5 Juli 1581. Deze verandering schijnt mij op de volgende wijze te verklaren: was er in Juli slechts sprake van eene continuatie in het oude gouvernement gedurende vier maanden — in afwachting van de beslechting der Satisfactie-questie en eene wijziging in de opvattingen der andere provincies — en kon daarom met de oude gouvernements-acte volstaan worden, met dat stuk, dat den werkelijken toestand geenszins weergaf, kon men zich in December 1581 niet meer tevreden stellen, toen het bleek, dat de verwachte opdracht en acceptatie van een echt absoluut bewind in den geest van de resolutie' van 29 Maart 1580 zich nog lang zou kunnen laten wachten. Men heeft in December 1581 blijkbaar stilzwijgend aangenomen, dat de Prins in Juli den eed had afgelegd op de gouvernements-acte dato 5 Juli, het stuk, dat den sedert de afzwering van den Spaanschen koning bestaanden toestand het zuiverst weergaf. Misschien is toen ook in dit stuk de beperkende tijdsbepaling, die ook in de oude gouvernements-acte voorkwam, opgenomen.

Na de eedsafname en eedsaflegging door de gecommitteerden van Amsterdam op 18 Januari 15821), verleende de Prins, die de acte van de Hooge Overheid had geaccepteerd, aan de Staten zijne Brieven Van Renversael2); op den rug van dat stuk stond de eed, door den Prins 24 Juli afgelegd, aangeteekend en tevens een verbaal van de eedsafname en -aflegging door Amsterdam op 18 Januari 15823).

We moeten nu tot de gebeurtenissen van Juli 1581 terugkeeren. Het heuglijk feit, dat op 24 Juli de Prins van Oranje gehuldigd was „als hooge overigheyt ende hebbende de regieringe [n.1. in Holland] met abrogatie van 's Coninck

!) Hierna, bl. 115 en 116.

2) Res. St. v. Holl. 1582, bl. 40: 26 Jan. nam. Hiervoor, bl. 79, noot 2.

3) Als voren; Res. St. v. Holl. 1581, bl. 663, vLs KLUIT: Staatsregering I, bl. 438 en 439.

Sluiten