Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooral tegen drie punten hadden de gedeputeerden der Staten bezwaar, nml.:

1. tegen „den eygendom van de Geestelijcke Goederen van de Conventen binnen Amsterdam, midts houdende alle het getimmerte, ende de plaetse der Conventen binnen der voorsz stede" 1),

2. tegen „de versochte reductie van de Renten, op het gemeene Landt",

3. tegen „de betalinge van alle het verloop van de Renten, staende op de Domeynen".

Op deze drie punten dreigde het accoord schipbreuk te zullen lijden. 28 November hielden de Staten, nadat hunne gecommitteerden rapport uitgebracht hadden, aan de Amstêrdamsche afgevaardigden voor, dat „alsoo geen hope nochte middelen zyn van te accorderen, syluyden verkiesen zouden den wegh van Submissie ofte Justitie". Toen de Amsterdammers den volgenden dag verklaarden, dat „syluyden niet en begeer(d)en de saecke van haerluyder satisfactie te submitteren, nochte oock te stellen aen de Justitie" \ werden de vriendschappelijke onderhandelingen hervat8).

De hernieuwde pogingen hadden succes: de Amsterdammers ontwierpen eene verklaring over „de Geestelijcke Goederen", welke aan de Staten zoo goed beviel, dat zij aan Mr. Pieter van der Meer en aan Oldenbarnevelt last gaven die te resu-

leend was, behoefden zij hunne committenten niet te raadplegen; doch zouden de Burgemeesters tenminste hunne collega's niet eens om advies gevraagd hebben, toen het met de onderhandelingen in Den Haag niet wilde vlotten?

!} Krachtens de Staten-resolutie van 23 Mei 1577 mochten de stedelijke regeeringen als eigenaars over „alle Conventen ende Cloosteren binnen de Steden, mitsgaders de Edificien, Grondt-plaetsen, Erven, ende de eygendomme van dien" beschikken. Van Beeck Calkoen, t. a. pl., bl. 6 en 7.

-) Hunne verklaring was in overeenstemming met het besluit der Vroedschap, dato 13 Nov. 1.1.; slechts in geval van een klein verschil wilde deze den „wegh van Submissie" inslaan en nu waren de onderhandelingen op drie hoofdpunten, gestrand. Over den „wegh van Justitie" was door de Amsterdammers nooit gedacht. Hiervoor, bl. 94.

s) Res. St. v. Holl. 1581, bl. 591: 28 Nov.; bl. 595 : 29 Nov.

Sluiten