Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is eene navolging van het slot van het op 24 April 1581 met Haarlem getroffen Accoord1).

Of aan de goedkeuring van de overeenkomst nog eenige discussie was voorafgegaan, blijkt uit de resoluties niet. Wel staat eene verklaring van de Haarlemsche afgevaardigden aangeteekend2), „dat syluyden in 't voorsz Accord niet en consenteren, dan dat syluyden sullen blyven in haerluyder gerechtigheydt van den Accorde, die tusschen de Staten ende die van Haerlem is gemaekt." Haarlem was waarscbijnÜjk teleurgesteld, dat Amsterdam niet de „Goederen van de Conventen en Collegien, binnen haren Stede gelegen" mocht behouden, doch slechts de gebouwen en erven in de stad, daar in het eerste geval Haarlem 200.000 £ van de Staten zou hebben moeten verkrijgen 3).

Beschouwen we het Accoord wat nader, dan valt in de eerste plaats op, hoeveel het in verschillende artikelen gelijkt op de geconcipieerde artikelen van Boelens en Van der Wiere. We kunnen gerust zeggen, dat het Amstêrdamsche ontwerp de grondslag van het accoord is geworden. De Amstêrdamsche afgevaardigden zullen — door het meebrengen dezer geheel uitgewerkte artikelen — bij de besprekingen een grooten

1) Het accoord met Haarlem staat afgedrukt: Res. St. v.Holl. 1581. bl. 180, vl.

2) Res. St. v. HoU. 1581. bl. 634.

8) Volgens een artikel van het Accoord met Haarlem luidende: „Welverstaende. dat, indien naemaels die van Amsterdam, ofte eenige andere Steden, by bewiffiginge van de Staten ofte anders, dan by transactie ofte eenighe andere onereuse Titulen, de Goederen van de Conventen en Collegien, binnen haren Stede gelegen, quamen te behouden, dat de voornoemde Staten in sulcken gevallen, die van Haerlem in gelde betalen sullen de somme van twee hondert duysent ponden van veertigh grooten het pondt, op vief als dan eerstkomende Jaren, latende henluyden niet te min de voorsz Goederen behouden, sulcks ende in dier voegen als andere Steden, dat toeghelaten sal zijn" - De geestelijke goederen waren aan Haarlem gegeven wegens de groote kosten tijdens het beleg en tot aan de Satisfactie gemaakt (vopr de soldaten, de muren. etc). Als aan het niet-trouwe Amsterdam nu ook de geestelijke goederen geschonken zouden zijn. zou het billijk geweest zijn, dat Haarlem eene extra-vergoeding zou hebben genoten.

Sluiten