Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sluiten, die nog genomen moesten worden in dè nog niet definitief geregelde questies kon invloed worden uitgeoefendIn de resoluties van de Staten volgt na deze resolutie onmiddellijk eerie „Verklaringe van die van Enckhuysen voornoemt, op de Poincten ende Articulen, tusschen de Heeren Staten van Hollandt ende de Burgemeesteren ende Regeerders der Stadt Amsterdam, op de afstant van de satisfactie der voorsz Stede gemaeckt" x). In de verklaring staat de regeering van Enkhuizen nog veel afkeeriger tegenover het Accoord dan in haar resolutie. Art. 3, handelende over de betaling der vendels, kon nu ook maar weinig genade in haar oogen vinden. Uit handelsnaijver sloeg ze nu art. 6 rechtstreeks af: Amsterdam moest „hare Wercken [nml. van fortificatie], als eensdeels dienende tot bouwinghe van een nieuwe Haven", maar op haar eigen kosten maken % Ze oordeelde bovendien

— naar aanleiding van art. 7 — dat Amsterdam verplicht was zonder vergoeding te „treden" in de oude schulden, daar die „meest door haren toedoen" gemaakt waren3).

De Staten-resoluties leeren ons niet, of de resolutie en de verklaring nog besprekingen hebben uitgelokt. Waarschijnlijk zullen'zij voor kennisgeving aangenomen zijn4).

Reeds 21 December benoemden de Staten gecommitteerden om aan Zijne Excellentie approbatie van het Accoord te gaan

1) Wanneer deze verklaring was opgemaakt, blijkt niet met zekerheid. Men zou kunnen veronderstellen, dat ze pas na 20 December 1581 was opgesteld, omdat hier in den titel gesproken wordt van de artikelen „gemaeckt" en in den titel van de resolutie van 15 December van de artikelen „geconcipieert". Wat men met die verklaring wilde bereiken, ligt in het duister. Ze zal schriftelijk zijn overgeleverd: Maelson, 'smorgens nog aanwezig, woonde

— blijkens de presentielijst — de middagzitting niet bij. En onder de resoluties dier middagzitting staan juist deze resolutie en verklaring aangeteekend.

2) Over de fortificatie-plannen: Dr. C. P. BURGER Jr.: Amsterdam in het einde der zestiende eeuw. Studie bij de uitgaaf van den grooten plattegrond van 1597, bl. 11. Zestiende Jaarboek van het Genootschap Amstelodamum.

») Over de verklaringen in zake de overige artikelen zal ik in ander verband spreken. s, raP** *) Res. St. v. Holl. 1582, bl. 43—45 : 26 Jan. nam.

Sluiten