Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een Commissaris, ofte anders, sulcks oorbaerlijcxst bevonden soude werden, te wege te brengen" 1). Van dat voorstel schijnt nooit iets gekomen te zijn. Immers C. P. Hooft kon 9 Juni 1584 in de Vroedschap zeggen: „Het heeft nu soo langen tijdt gestaen, dat de Magistraet alhier ende oock in anderen Steden in eenen anderen2) Eedt heeft geweest als de Gemeente" 3).

Het Accoord tot afstand van de Satisfactie werd niet dadelijk in alle artikelen ten uitvoer gelegd. Reeds 6 Februari besloot de Amstêrdamsche -Vroedschap daarom aan hare gedeputeerden volmacht te geven „omme die te doen effectueren ende ten eynde brengen, volgende den inhouden vant zelffde accordt"4). De Staten namen 12 Februari nadere besluiten over de garnizoensbetaling (art. 3), de geestelijke goederen (art 9), de pacht van het schoutambt (art. .15)9). Zij machtigden de Amstêrdamsche Burgemeesters den omslag op de morgentalen ten plattelande „te mogen doen ommeslaen, heffen ende innen" (art 6) en besloten tot de verkiezing van eenige leden van het Hof van Holland tot arbiters in de rente-questie (art. 13) 6).

Het heeft echter nog heel veel tijd en moeite gekost eer ook de laatste geschillen tusschen de Staten en Amsterdam, die over de geestelijke goederen en over de achterstallige rente, definitief uit den weg geruimd waren.

1) Res. St. v. Holl. 1582, bl. 46: 3 Febr.

2) Ik cursiveer.

8) BOR: Authentyke Stukken II, bl. 57. — Iets verder veronderstelt Hooft, dat men „de Gemeente tot dien Eedt niet heeft durven vorderen ofte haerluyden dien, afeyschen." Is zijne veronderstelling juist, dan kunnen we er bijna zeker van zijn, dat op de enkele onwillige magistraten geen al te zware druk zal zijn uitgeoefend.

*) Res. Vr. No. 4, foL 197:,6 Febr. 1582.

5) Zie voor deze besluiten de betreffende hoofdstukken.

6) Res. St. v. Holl. 1582, bl. 53: 12 Febr. — De nummering dezer artikelen wijkt in de Vroedschapsresoluties af van die in de Handvesten.

»

Sluiten