Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

compagnieën, die elders lagen1). Daar de Prins van meening was, dat Amsterdam met vierhonderd man voldoende „bewaert" zou zijn, besloot de Vroedschap in deze cassatie te bewilligen op voorwaarde, dat Rodenburgh kapitein over één der twee overblijvende vendels zou blijven. Daar hij met name in de Satisfactie genoemd werd, zou zijne afdanking eene inbreuk op dat contract beduiden: en daarvan wilde de stedelijke regeering niet weten 2). Zij toonde zich zóó onwillig, dat 12 September Jhr. Willem van Zuylen van Nijevelt als gecommitteerde van de Staten in de Vroedschap verscheen met een nieuw voorstel: cassatie van alle vier vendels, vorming van twee nieuwe vendels, samen groot vierhonderd man, uit de afgedankte manschappen, verkiezing van twee kapiteins bij advies der Amstêrdamsche magistraten uit de vier gecasseerde bevelhebbers of uit de burgerij.

Daar in zijn commissiebrief aan de stedelijke regeering autoriteit gegeven werd „omme opsicht te nemen over den zeiven knechten, dat die in goede ordre gehoorsaemheyt ende discipline worden gehouden", verklaarde de daardoor zachter gestemde Vroedschap zich tot de volgende schilddng bereid: cassatie van de vier compagnieën, aanneming van vierhonderd man, onder twee kapiteins bij loting uit de tegenwoordige vier aangewezen, mits haar eene acte van non-prejuditie der Satisfactie zou worden verleend. Ze hield dus niet langer aan het bevelhebberschap van Rodenburgh vast8).

Hoewel de plannen tot cassatie van de vendels door de Staten werden opgegeven en de vier compagnieën op verzoek van Zijne Excellentie elk tot 113 man gereduceerd werden 4), werd 18 September toch aan de stedelijke regeering

1) Res. St. v. HolL 1578, bl. 6 en 7:26 Aug. — De twee overblijvende vendels zouden elk tot tweehonderd man aangevuld worden.

2) Res. Vr. No. 4, fol. 20 v°: 5 Sept 1578.

" «) Res. Vr. No. 4, fol. 21 en v°: 12 Sept. 1578.

4) Res. St v. Holl. 1578, bl. 23:18 Sept. — De plannen tot cassatie van de vendels waren waarschijnlijk niet definitief opgegeven. In de Rotterdamsche Vroedschapsresoluties lezen we, dato 12 December 1578, waarschijnlijk naar aanleiding van een rapport der stedelijke gecommitteerden: „men soude mogen casseren

Sluiten