Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen in het voorjaar van 1579 het ontzet van Maastricht alle gemoederen in beweging bracht, waren de Staten van Holland voornemens — naast financieele hulp — zes compagnieën aan te bieden, die daartoe uit verschillende Hollandsche steden, o.a. eene uit Amsterdam, gelicht zouden worden tegen den tijd, dat „de ontsettingh (zou) aengegrepen worden"; dadelijk na het ontzet zouden deze vendels echter weer naar Holland teruggezonden moeten worden1). Daar een der vier Amstêrdamsche compagnieën zich nog in Weesp en Muiden bevond en „die navigatie voor handen (was)", voelde de stedelijke regeering geen lust nog een vendel de stad te doen verlaten. Ze verklaarde zich echter bereid binnen de ' stad tot ontzet van Maastricht een nieuw vendel van gelijke sterkte aan te nemen, half op kosten van de stad, half. op kosten van het gemeene land % Op aandrang van Burgemeester Baerdesen het men dat plan, dat door de Staten wegens de kosten toch wel niet geaccepteerd zou zijn, weer varen en keurde het vertrek van een tweede vendel goed, „mits dat voor all den willigen vuyten vendelen genomen (zullen) worden ende dat alle den knechten alhyer leggende gegeven zall worden sulcke soldye als anderen te velde leggende gegeven wordt". Tijdens de afwezigheid van dat tweede vendel zouden vijftig man bij de gewone wacht aangenomen worden3).

Was de expeditie naar Maastricht onder de minderen al weinig populair, twee der vier hopheden, Simon Hendricksz. Verwer Jonckheyn en Jan Duyn, die beiden tevens lid van de Vroedschap waren, weigerden bepaaldelijk met hun vendel de stad te verlaten. Ook aan de bereidwilligheid van Harman

hun toekwam, voorgeschoten had? — Deze betaling zal zich waarschijnlijk nog geruimen tijd hebben laten wachten, daar de thesaurieren hunne f 450 voor geleverd kruit pas in het laatst van het boekjaar 1579 verantwoord hebben. Rap. v. thes. 1579, fol. 95 v°. ,

*) Res. St. v. Holl. 1579, bl. 83 en 84: 2 Mei. — Maastricht werd sedert 12 Maart 1579 belegerd. De inname had plaats 29 Juni 1579'. Bor, boek XIII, fol. 113 a.

2) Res. Vr. No. 4, fol. 57 en v°: 4 Mei 1579.

3) Res. Vr. No. 4, fol. 58 en v«: 8 Mei 1579.

Sluiten