Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rodenburgh de Oude werd ernstig getwijfeld. Opdat ook niet de onderbevelhebbers door hun slechte voorbeeld zouden worden aangestoken, wenschten de Staten de ongehoorzamen af te zetten en door anderen'te vervangen. Volgens art. 4 der Satisfactie moesten de hopheden gekozen worden door Zijne Excellentie of de Staten, met advies van de Amstêrdamsche Burgemeesters, „uyt goede, vreedsamige ende onpartijdige Burghers, die totten tijde vande publicatie van de Pacificatie ghemaeckt tot Gent binnen der Stede van Amsterdam ghewoont (hadden)", maar slechts weinige ervaren krijgslieden voldeden aan deze eischen. Op raad van Baerdesen, toen afgevaardigde tér dagvaart, besloot de Vroedschap voor ditmaal wegens den dringenden nood de Satisfactie te buiten te gaan en personen te nomineer en, die op het oogenblik van de Pacificatie niet binnen de stad gewoond hadden, maar in 's lands dienst geweest warenl).

Over de door de stedelijke regeering verzochte acte van non-prejuditie der Satisfactie zijn de Staten en de stad het nooit eens geworden; Amsterdam stelde zich daarom 25 Juni maar tevreden met eene acte „van onvermindert een yegelick zyn goet rechj ende dat yegelick in zyn geheel zall blyven", in welke acte de Staten bewilligden. De Amstêrdamsche regeering nomineerde „zeecker personen soe in crychshandel als getrouwicheyt zonder reproche", met verzoek om met de benoeming haast te maken, daar „die disoirdre tusschen

!) Res. Vr. No. 4, fol. 59 en v°: 14 Mei 1579. — In zijne Remonstrantie stelt Oldenbarnevelt de aanstelling van deze Geuzen-bevelhebbers op één lijn met de benoeming der nieuwe regeerders in Mei 1578; hij beschouwt beide als gevolgen van de infractie der Satisfactie. In dit geval ten onrechte, daar de stedelijke regeering zich eene acte van non-prejuditie der Satisfactie bedongen had. — De mogelijkheid is echter niet uitgesloten, dat reeds eerder buiten weten van de Staten nieuwe officieren waren aangesteld. Cf. Res. St. v. Holl. 1579, bL 89: 6 Mei: eene machtiging voor den commissaris van de monstering Dirck Duyvel om zoo noodig, met advies van de Amstêrdamsche magistraten, bevelhebbers te casseeren, „soo verre by den voorn. Commissaris bevonden sal mogen worden dat eenige Officieren of hooge Ampten daer in buyten sijn consent sullen zijn gestelt."

)

7

Sluiten